Er worden een aantal aandachtspunten genoemd:


      Het MDO kost meer tijd, hoewel het de extra tijdsinvestering wel waard is;

      De ouders van jonge leerlingen moeten vaak wennen aan de werkwijze;

      Sommige deskundigen uit de bovenschoolse pool, leggen geen
        contact met de school als de ouders rechtstreeks hun hulpvraag bij hen neerleggen;
 
      Een beetje ‘nazorg’ (de trajectbegeleider vraagt na verloop van tijd nog eens aan de IB’er  
        hoe het ermee gaat) wordt op prijs gesteld;

      Hoe blijft de expertise en inzet van ‘rugzakleerkrachten’ behouden? De gelden van de   
        leerlinggebonden financiering (lgf) gaan  immers vanaf augustus 2014 naar de 
        samenwerkingsverbanden en niet meer naar de schoolbesturen.