1. Signalering en basisondersteuning

Goed kunnen lezen en spellen is belangrijk om te kunnen functioneren in onze geletterde maatschappij. Het zijn basisvaardigheden die leerlingen zich door middel van gerichte instructie eigen moeten maken. De meeste leerlingen lukt dat snel en zonder al te veel moeite.
Sommige leerlingen hebben echter moeite met het doorgronden van het lees- en spellingproces. De basisscholen die vallen onder samenwerkingsverband (SWV) Unita hebben als taak goed lees- en spellingonderwijs te bieden aan alle leerlingen met ieder hun eigen onderwijsbehoeften. Signaleren en begeleiden van leerlingen met lees- en spellingproblemen en dyslexie vallen onder de basisondersteuning van de school.
Lees- en spellingproblemen dienen in een vroeg stadium te worden gesignaleerd en bij een achterstand dient intensieve begeleiding te worden geboden. Geprotocolleerd handelen helpt de leerkracht om te gaan met verschillen in leer- en onderwijsbehoeften en doelgericht te werken aan lees- en spellingonderwijs. Dit sluit aan bij het continuüm van zorg op het gebied van lezen, leesproblemen en dyslexie zoals vermeld in de protocollen ‘Leesproblemen en dyslexie’ (Scheltinga, Gijsel, Van Druenen & Verhoeven, 2015). Het continuüm gaat uit van 4 zorgniveaus:

    • Zorgniveau 1: goed lees- en spellingonderwijs in groepsverband. Het gaat hier om de kwaliteit van het instructiegedrag en klassenmanagement, de juiste invoering van effectieve methodes en het gebruik van het leerlingvolgsysteem.
    • Zorgniveau 2: intensivering van het onderwijsaanbod. Het gaat hier om extra zorg in de groepssituatie door de leerkracht door het uitbreiden van de instructie- en oefentijd.
    • Zorgniveau 3: specifieke interventies bovenop het basisaanbod uitgevoerd door leerkracht of (ondersteund door) de leesspecialist in de school. Het gaat hier om individuele instructie of instructie in een klein groepje binnen of buiten de klas.
    • Zorgniveau 4: diagnostiek en behandeling in een zorginstituut vergoed door de gemeente.

Op zorgniveau 2 wordt het lees- en spellingonderwijs geïntensiveerd door het uitbreiden van de instructie- en oefentijd. De leerkracht maakt hierbij gebruik van de aanvullende materialen uit de lees- en spellingmethode, eventueel met materiaal uit andere methodes. De instructie bestaat uit kleinere stappen, extra feedback en gelegenheid tot extra verwerking. Alleen herhaling van de algemene instructie is dus niet voldoende.

lezen-2Leerlingen die zeer zwak scoren of na een interventieperiode met extra begeleiding op zorgniveau 2 onvoldoende vooruit zijn gegaan komen in aanmerking voor begeleiding op zorgniveau 3. De interventie op zorgniveau 3 is een aanvulling op de gewone les volgens de methode. De leertijd wordt met minimaal één uur per week uitgebreid, waarbij drie keer per week 20 minuten als richtlijn geldt. De specifieke interventie wordt individueel of in een klein groepje aangeboden. De leerkracht beoordeelt, in samenspraak met de leesspecialist of remedial teacher van de school, of het accent in de extra begeleiding vooral op lezen, op spellen of op beide vaardigheden wordt gelegd. De ernst en aard van het probleem zullen hierbij richtinggevend zijn. Voorbeelden van geschikte interventies op zorgniveau 3 zijn: Connect, RALFI en Taal in blokjes. Voor meer geschikte interventies wordt verwezen naar de protocollen ‘Leesproblemen en dyslexie’ (Scheltinga, Gijsel, Van Druenen & Verhoeven, 2015).
De basisscholen zijn verantwoordelijk voor de invulling van zorgniveau 1, 2 en 3: deze vallen onder de basisondersteuning.

2. Voorzieningen op gebied van lezen/spellen van SWV Unita

a. Ambulatorium Lezen

Voor het schooljaar 2018-2019 geldt dat indien de school nog onvoldoende in staat is om op zorgniveau 3 intensieve begeleiding te bieden, een leerling via het groeidocument aangemeld kan worden voor het Ambulatorium Lezen van SWV Unita. De begeleiding bestaat uit 2 blokken van 16 begeleidingsmomenten van 50 minuten (1 of 2 keer per week) onder schooltijd. Voor verdere informatie wordt verwezen naar de website van SWV Unita. Het is mogelijk dat dit arrangement in het schooljaar 2019-2020 anders wordt vormgegeven.

b. Taalgroep

Voor leerlingen uit de groepen 4, 5 en 6 met ernstige lees- en/of spellingproblemen die zijn vastgelopen of dreigen vast te lopen in het reguliere onderwijsleerproces, ondanks extra interventie volgens het protocol ‘Leesproblemen en dyslexie’, biedt SWV Unita het ‘Arrangement Taalgroep’. Veelal lezen en spellen deze leerlingen niet meer vergelijkbaar met de andere kinderen van de eigen groep. Er is sprake van ernstige handelingsverlegenheid bij de leerkracht en leerling. Leerlingen komen 3 dagen per week naar de Taalgroep (dinsdag, woensdag en donderdag). De andere twee dagen (maandag en vrijdag) zijn zij op de eigen school. De plaatsing is tijdelijk voor de duur van maximaal één jaar. Plaatsing in de Taalgroep verloopt altijd via het MDO-traject. Voor verdere informatie over en de plaatsingscriteria van de Taalgroep wordt verwezen naar de website van SWV Unita.

3. Onvoldoende resultaat na het doorlopen van zorgniveau 1, 2 en 3

Het kan gebeuren dat de begeleiding van de basisschool onvoldoende aanslaat of dat de leerling onvoldoende profiteert van de geboden hulp. De leerling heeft in dit geval de eerste drie zorgniveaus conform de richtlijnen van het protocol ‘Leesproblemen en dyslexie’ doorlopen.
Wanneer de basisschool vermoedt dat er bij deze leerling sprake is van dyslexie, bekijkt de basisschool of er voldoende aanwijzingen zijn voor Ernstige Enkelvoudige Dyslexie (EED). Bij een vermoeden van EED kunnen ouders en de basisschool de leerling aanmelden bij de specialistische dyslexiezorg via de gemeente. Bij de aanmelding wordt gecheckt of het voortraject voldoende doorlopen is en of er voldoende aanleiding is om tot diagnostiek over te gaan. Op basis van het diagnostisch onderzoek, uitgevoerd binnen de specialistische dyslexiezorg, wordt vastgesteld of er inderdaad sprake is van EED en of dyslexiebehandeling (veertig tot vijftig behandelingen van een uur) vergoed wordt door de gemeente.

Er zijn ook leerlingen waarbij geen sprake is van EED, maar waarbij wel een vermoeden bestaat van dyslexie. Deze leerling komt niet in aanmerking voor de vergoeding via de gemeente, omdat er naast het vermoeden van dyslexie ook sprake is van andere complexe problematiek (bijvoorbeeld concentratie- of aandachtsproblemen of een stoornis in het autistisch spectrum) welke een dyslexiebehandeling in de weg staat. Daarnaast zijn er leerlingen die zwakke resultaten halen op het gebied van lezen en spellen, maar (net) niet binnen de gestelde criteria van EED vallen. Er kan dan sprake zijn van een lichtere vorm van dyslexie.
De begeleiding van leerlingen met deze lees- en spellingproblemen valt, zoals al eerder beschreven, onder de verantwoordelijkheid van de school (basisondersteuning). Ondanks dat de begeleiding van deze leerlingen onder de basisondersteuning valt, hebben de reguliere basisscholen niet de expertise in huis om dyslexieonderzoek uit te voeren en een dyslexieverklaring af te geven. SWV Unita neemt daarom de verantwoordelijkheid om dyslexieonderzoek bij deze leerlingen uit te voeren, mits de aanmelding voldoet aan de criteria die SWV Unita hiervoor hanteert en uit de gegevens blijkt dat dyslexieonderzoek wenselijk en noodzakelijk is.

4. Dyslexieonderzoek binnen SWV Unita

Bij de diagnostiek van dyslexie houdt SWV Unita zich aan de criteria, zoals bepaald door de beroepsverenigingen NIP, NVO en Stichting Dyslexie Nederland (SDN). Eén van de criteria is dat een dyslexieverklaring dient te zijn onderbouwd door eigen diagnostisch onderzoek. De psychologen/orthopedagogen die als trajectbegeleider voor Unita werken moeten zich houden aan de recente richtlijnen en criteria.

De regie op de uitvoering van dyslexieonderzoek binnen SWV Unita is ondergebracht bij een coördinator. Deze ‘coördinator dyslexie’ zorgt voor goede onderlinge afstemming betreffende de diagnostiek, en is belast met het afgeven van de dyslexieverklaringen conform de richtlijnen van de SDN.

a.  Rol coördinator dyslexie

    • Heeft een poortwachtersfunctie: screent groeidocumenten met bijlagen van leerlingen met een vermoeden van dyslexie en bepaalt of deze in aanmerking komen voor verder dyslexieonderzoek door SWV Unita.
    • Is het aanspreekpunt voor psychologen, orthopedagogen, trajectbegeleiders, pooldeskundigen en intern begeleiders bij vragen omtrent dyslexie.
    • Bewerkstelligt onderlinge afstemming over criteria en onderzoeksmiddelen onder de orthopedagogen en psychologen.
    • Adviseert het Ambulatorium Lezen en de Taalgroep van SWV Unita.
    • Adviseert het loket bij vragen omtrent dyslexie.
    • Is eindverantwoordelijk en bevoegd voor het afgeven van de dyslexieverklaringen voor leerlingen van scholen die vallen onder SWV Unita.

b. Routes dyslexieonderzoek

In het dyslexiebeleid van SWV Unita wordt onderscheid gemaakt tussen drie type leerlingen met een vermoeden van dyslexie. Hieraan zijn dyslexieroutes gekoppeld:

        1. Leerlingen met een vermoeden van EED
        2. Leerlingen met een vermoeden van een lichtere vorm van dyslexie
        3. Leerlingen met complexe problematiek die de basisondersteuning van de school overstijgt (bijvoorbeeld aandacht, concentratie, gedrag) én een vermoeden van dyslexie

Vanuit SWV Unita kan de coördinator dyslexie meedenken over welke zorg-/onderzoeksroute passend is voor een leerling. Als scholen vragen hebben over een leerling waarbij er een vermoeden van dyslexie bestaat, kunnen zij contact opnemen met de coördinator dyslexie.
Ongeacht het oordeel van de ‘coördinator dyslexie’ over of een leerling wel of niet in aanmerking komt voor dyslexieonderzoek door SWV Unita, is het advies voor school om zodra er een achterstand op technisch lezen en/of spelling geconstateerd wordt, direct extra ondersteuning te bieden. Leerlingen met lees- en/of spellingproblemen hebben namelijk dezelfde aanpak en ondersteuning nodig als kinderen met dyslexie. Hoe eerder deze ondersteuning geboden wordt, hoe beter.

Hieronder worden de verschillende groepen verder toegelicht. Voor een overzicht van de verschillende dyslexieroutes met bijhorend stappenplan wordt verwezen naar de ‘Routebeschrijving Dyslexieonderzoek’.

1. Leerlingen met een vermoeden van EED

Bij een vermoeden van EED start het diagnostiek- en behandeltraject bij de gemeente/zorg. De school meldt deze leerlingen dus niet aan bij het samenwerkingsverband.
Vanuit SWV Unita wordt de service geboden om indien nodig met de intern begeleider mee te denken als er twijfels zijn over of een leerling in aanmerking komt voor diagnostiek en behandeling van EED. De intern begeleider kan dan contact opnemen met de coördinator dyslexie. Als blijkt dat de leerling in aanmerking lijkt te komen voor een diagnostiek- en behandeltraject van EED bij de gemeente/zorg, dan kan de leerling door school en ouders worden aangemeld bij de gemeente. Als de leerling niet in aanmerking komt voor de route EED, dan kan de coördinator dyslexie met de intern begeleider meedenken over welke route wel passend is of welke extra ondersteuning de leerkracht en/of leesspecialist binnen de school kunnen bieden.
Zie de paarse route in de ‘Routebeschrijving Dyslexieonderzoek’ voor leerlingen met een vermoeden van EED.

lezen-3Voorbeeld A: Lieke valt op school al langere tijd op vanwege haar zwakke technisch leesniveau. Zij heeft nu bij de halfjaarlijkse meetmomenten voor de derde keer op rij een E-score (niveau V-) behaald op de DMT, ondanks de intensieve begeleiding op zorgniveau 2 en 3 volgens het protocol Leesproblemen en Dyslexie. Op spelling en de meer inzichtelijke vakken, begrijpend lezen en rekenen, behaalt Lieke gemiddelde tot bovengemiddelde scores. De intern begeleider kent de richtlijnen van de aanmelding voor de vergoede dyslexiezorg bij de gemeente en besluit, in samenwerking met ouders, om Lieke aan te melden bij de gemeente vanwege een vermoeden van EED.  

Voorbeeld B: Robin heeft een grote achterstand op spelling en ook technisch lezen gaat moeizaam. Robin heeft daarom intensieve begeleiding gehad op zorgniveau 2 en 3 volgens het protocol Leesproblemen en Dyslexie. Robin heeft ondanks deze begeleiding nauwelijks vooruitgang laten zien. Op spelling heeft hij drie keer achter elkaar een E-score (niveau V-) en op lezen drie keer achter elkaar een D-score behaald. De intern begeleider neemt contact op met de coördinator dyslexie voor advies en besluit na dit overleg om, in samenwerking met ouders, Robin aan te melden bij de gemeente vanwege een vermoeden van EED.

2. Leerlingen met een vermoeden van een lichtere vorm van dyslexie

Er zijn leerlingen waarbij (na minstens 1,5 jaar leesonderwijs) de achterstand op technisch lezen (DMT) en/of spelling niet zo ernstig is dat een leerling in aanmerking komt voor de route EED via de gemeente, maar waarbij wel een vermoeden is van een lichtere vorm van dyslexie. Het gaat hierbij om leerlingen waarbij de lees- en/of spellingontwikkeling zeer opvallend is en een groot contrast vormt met de rekenontwikkeling en/of begrijpend lezen, ondanks de zeer intensieve hulp op zorgniveau 3. Bij deze leerlingen is er sprake van een grote discrepantie tussen enerzijds de (uitstekende) mondelinge uitdrukkingsvaardigheden en anderzijds de (zwakke) schriftelijke uitdrukkingsvaardigheden. Zij worden daarnaast belemmerd door de lees- en/of spellingsproblemen, er is sprake van lijdensdruk.
Deze leerlingen kunnen aangemeld worden via het groeidocument bij het loket van SWV Unita. De coördinator dyslexie bepaalt op basis van de screening van de bijlagen van het groeidocument of een leerling wel of niet in aanmerking komt voor verder onderzoek. De volgende documenten moeten als bijlage aan het groeidocument worden toegevoegd:

    • Compleet overzicht van het leerlingvolgsysteem
    • Groepsplan (met evaluaties) en groepsoverzicht
    • Hulpplannen van zorgniveau 2 en 3 (met evaluaties)
    • Dyslexievragenlijsten voor school en ouders [1]
    • Kindgesprek volgens format “Dit zeg ik ervan”

Wanneer de coördinator dyslexie heeft bepaald dat een leerling in aanmerking lijkt te komen voor verder onderzoek door SWV Unita, wordt er door het loket een trajectbegeleider (psycholoog/orthopedagoog) toegewezen die het onderzoek uit kan voeren. De trajectbegeleider zal uiteindelijk op basis van de gegevens uit het groeidocument en een MDO, welke geldt als de start van het onderzoek, in samenspraak met school en ouders bepalen of verder dyslexieonderzoek wenselijk en noodzakelijk is. Mocht er onvoldoende aanleiding zijn voor verder dyslexieonderzoek, dan zal de trajectbegeleider in het MDO meedenken over de onderwijsbehoeften van de leerling en waar mogelijk handelingsadviezen bespreken of meedenken over eventuele andere vervolgstappen.
Indien een leerling in aanmerking komt voor dyslexieonderzoek, wordt dit onderzoek uitgevoerd door de psycholoog/orthopedagoog. De manier waarop de psycholoog/orthopedagoog het onderzoek verricht (de onderzoeksvragen beantwoordt) valt deels onder diens professionele autonomie, maar is conform de meest recente richtlijnen van de SDN en het beleid van SWV Unita. De uitkomsten hiervan worden besproken met de coördinator dyslexie.
Het is mogelijk dat er na onderzoek blijkt dat er geen sprake is van dyslexie. Vanuit het onderzoek volgen dan wel handelingsadviezen.
Uit onderzoek kan ook blijken dat er wel sprake is van dyslexie. Bij deze laatste uitkomst zal de leerling, naast de handelingsadviezen voor school en ouders, een dyslexieverklaring krijgen.
Zie de oranje route in de ‘Routebeschrijving Dyslexieonderzoek’ voor leerlingen met een vermoeden van een lichtere vorm van dyslexie.

Voorbeeld: Tim zit in groep 6 en zijn leerkracht en ouders maken zich zorgen om de achterstand op technisch lezen. Tim begint last te krijgen van zijn leesproblemen: hij begint de moed te verliezen en wordt er onzeker van. Tim heeft sinds een jaar extra hulp op school, het eerste half jaar op zorgniveau 2 en daarna op zorgniveau 3 volgens het protocol Leesproblemen en dyslexie. Ouders hebben daarnaast thuis ook veel met Tim gelezen.
Sterke kanten van Tim zijn onder andere zijn grote woordenschat en het helder en begrijpelijk onder woorden kunnen brengen van zijn gedachten.
Uit het leerlingvolgsysteem blijken de volgende scores: technisch lezen (DMT) V- (was eerder V en IV), spelling III, rekenen I, begrijpend lezen II. De achterstand op technisch lezen (DMT) en spelling (citotoetsen) is niet ernstig genoeg om Tim aan te melden voor de vergoede dyslexiezorg via de gemeente. School en ouders verzamelen de gegevens die noodzakelijk zijn voor aanmelding bij SWV Unita en melden Tim via het groeidocument aan met de vraag of er sprake is van dyslexie. De coördinator dyslexie screent het binnengekomen groeidocument en concludeert dat er aanleiding lijkt te zijn voor dyslexieonderzoek door SWV Unita. Er wordt een orthopedagoog/psycholoog toegewezen als trajectbegeleider en er volgt een MDO met de ouders, leerkracht, intern begeleider en trajectbegeleider waarin gezamenlijk wordt geconcludeerd dat dyslexieonderzoek wenselijk en noodzakelijk is voor Tim. Het onderzoek wordt uitgevoerd door de orthopedagoog/psycholoog. De uitkomsten worden besproken met de coördinator dyslexie. Naar aanleiding van het onderzoek en het overleg met de coördinator dyslexie wordt de diagnose dyslexie gesteld en krijgt Tim een dyslexieverklaring.

3. Leerlingen met complexe problematiek die de basisondersteuning van de school overstijgt (bijvoorbeeld aandacht, concentratie, gedrag) én een vermoeden van dyslexie

Leerlingen met meervoudige problematiek die de basisondersteuning van de school overstijgt, worden via het groeidocument aangemeld bij het loket van SWV Unita. Als school en ouders daarbij ook een vermoeden hebben van dyslexie, dan kan dit worden opgenomen als vraag in het groeidocument. Voor de werkwijze en de routebeschrijving van het MDO wordt verwezen naar de website van SWV Unita.
Tijdens het MDO-traject kan er door de psycholoog/orthopedagoog in overleg met ouders en school gekozen worden voor het uitvoeren van diagnostisch onderzoek (intelligentie/gedrag/werkhouding). Als daarbij ook de vraag is of er sprake is van dyslexie, dan kan dit worden meegenomen in datzelfde onderzoek. De manier waarop de psycholoog/orthopedagoog het onderzoek verricht (de onderzoeksvragen beantwoordt) valt onder diens professionele autonomie.
Ook kan het voorkomen dat de psycholoog/orthopedagoog ondanks de ‘meervoudige’ problematiek het advies geeft om de leerling toch aan te melden voor de vergoede dyslexiezorg via de gemeente voor leerlingen met een vermoeden van EED. Onder bepaalde voorwaarden kan een leerling met meervoudige problematiek namelijk wel in aanmerking komen voor de route EED via de gemeente. Dit is het geval indien er sprake is van een vermoeden van ernstige dyslexie en de andere bijkomende (leer)stoornissen onder controle zijn en deze het onderwijsleerproces niet belemmeren.
Zie de blauwe route in de ‘Routebeschrijving Dyslexieonderzoek’ voor leerlingen met complexe problematiek die de basisondersteuning van de school overstijgt (bijvoorbeeld: aandacht, concentratie, gedrag) én een vermoeden van dyslexie.

Voorbeeld: Britt wordt via het groeidocument aangemeld bij SWV Unita vanwege aandacht- en concentratieproblemen in de klas. De leerkracht wil weten hoe zij haar onderwijs beter af kan stemmen op de onderwijsbehoeften van Britt. Daarnaast zijn er zorgen over het zwakke lees- en spellingniveau van Britt en heeft de leerkracht een vermoeden van dyslexie. Vanuit de informatie in het groeidocument (o.a. stimulerende en belemmerende factoren, groepsplan, groepsoverzicht, (niet-)methodegebondentoetsen, kindgesprek, de intensieve begeleiding voor het lezen en spellen) en het 1e MDO besluit de orthopedagoog (trajectbegeleider) dat er voldoende aanleiding is voor verder onderzoek naar dyslexie en dat dit wenselijk lijkt voor Britt. Omdat Britt vanwege meervoudige problematiek op dit moment niet in aanmerking komt voor de route EED via de gemeente, voert de orthopedagoog het onderzoek zelf uit. Daarnaast zullen de aandacht- en concentratieproblemen van Britt nog verder in beeld worden gebracht middels een observatie in de klas en worden handelingsadviezen gegeven voor de leerkracht.

In het schooljaar 2017-2018 zal Angeline Gorgels-Weijermans, orthopedagoog/GZ-psycholoog, het dyslexiebeleid binnen SWV Unita coördineren.
E: angeline.gorgels@swvunita.nl
T: 035-8001011 (op donderdag)

Klik hier voor de Routebeschrijving Dyslexieonderzoek

[1] De vragenlijsten worden op dit moment in overleg met de gemeente Gooi en Vechtstreek ontwikkeld. De vragenlijst voor school bevat onder andere vragen over de geboden hulp op zorgniveau 2 en 3 en de evaluatie daarvan.