Daphne-den-OsDaphne is moeder van twee kinderen, Sanne van 20 jaar en Alec die 8 is. Alec zit sinds enkele jaren op de Donnerschool voor speciaal onderwijs.

Op vierjarige leeftijd werd de diagnose syndroom van Asperger gesteld. Hij zat vijf maanden op een reguliere basisschool. Hij begreep grapjes en opmerkingen niet zo goed door zijn emotionele ontwikkeling.
Dat gaf regelmatig conflicten, maar de school hield vol dat het wel goed met hem ging. Na vijf maanden kreeg ik in de pauze plotseling van de directeur te horen dat hij beter niet meer kon komen.

Daphne is moeder van twee kinderen, Sanne van 20 jaar en Alec die 8 is. Alec zit sinds enkele jaren op de Donnerschool voor speciaal onderwijs.

Op vierjarige leeftijd werd de diagnose syndroom van Asperger gesteld. Hij zat vijf maanden op een reguliere basisschool. Hij begreep grapjes en opmerkingen niet zo goed door zijn emotionele ontwikkeling. Dat gaf regelmatig conflicten, maar de school hield vol dat het wel goed met hem ging. Na vijf maanden kreeg ik in de pauze plotseling van de directeur te horen dat hij beter niet meer kon komen.

Er bleek toen al een heel dossier over hem te liggen. Ik heb toen thuis zelf werkjes met hem gedaan. Hij moest minstens 6 maanden onderwijs hebben genoten om voor het speciaal onderwijs in aanmerking te kunnen komen. Met een rugzakje in een basisschoolklas van 30 leerlingen kon het niet meer worden. Wij wilden een kind dat blij is, dat lachend thuis komt.

Uiteindelijk verwees de PCL hem naar het Kingmacollege, een tussentijdse opvang voor twee jaar. Maar dat accepteerde ik niet. Na een lang gesprek werd er een verklaring voor cluster 4 afgegeven en moest er een plek worden gevonden. En ik had haast, Alec moest naar school.

Via Google vond ik een groep geel van de Donnerschool en ik dacht “daar moet hij heen”. Op de school had ik een leuk gesprek met directeur Ineke Woldman en er was gelukkig een plek voor hem. Toen we kwamen kennismaken op de Donnerschool schrok ik toch even, er liepen kinderen rond met o.a. Gilles de la Tourette. Maar Alec ging direct met een ander kind in een boekje zitten bladeren en accepteerde zijn nieuwe omgeving. Dat was het moment dat ik dacht: hij past hier. Hier is hij niet een ”ander kind” . Alle kinderen worden geaccepteerd met hun beperking. Toen kon hij met zijn vijfde verjaardag eindelijk weer naar school.

Voor mij was het een heftig moment, voor Alec niet, ik zou elk kind zo’n school toewensen. Ik breng hem nu dagelijks naar Hilversum en daar rent hij vrolijk het schoolplein op.

Wat vindt u van Passend Onderwijs?

Een spannend idee, meer kinderen naar de reguliere basisschool. De omgeving is helaas vaak de stoorzender, er zijn teveel prikkels. Wel vind ik het fantastisch als het mogelijk is omdat kinderen dan meegroeien in een normaal schoolregime. Van belang is dan wel dat er zeer gemotiveerde leerkrachten zijn, die creatief durven denken, die het als een uitdaging zien.

Ik weet inmiddels veel over Passend Onderwijs. Maar voor ouders moet de informatie makkelijker, meer in Jip-en-Janneketaal.

Ouders schrikken ook wat terug voor de term MDO, het doet aan een medische term denken. Het is juist een overleggroep van specialisten. Door het MDO zijn de stappen verkleind om tot een beslissing te komen om een kind snel een goede plek te geven.

Als Passend Onderwijs eerder was ingevoerd had ik in ieder geval voor een andere basisschool voor mijn zoon gekozen, hij had dan wat meer kans gehad om in zijn eigen omgeving vriendjes te maken dan nu. Maar ik realiseer me ook dat Alec geen twijfelgeval is, dus het is geen optie. En ik heb nu een blij kind, hij ziet het niet als speciaal onderwijs, het is gewoon zijn school.

Ik ben bewust in de OPR van Unita gaan zitten om dicht bij de informatielijn te zitten. Ik kan het dan ook beter aan andere ouders uitleggen. Ik wil nog meer weten over hoe je ouders kunt betrekken bij het onderwijs, ik ga dan ook binnenkort naar het congres daarover in Ede.