Het MDO werkt volgens het principe van Handelingsgericht Werken (HGW). Het gaat daarbij om het kind in zijn opvoedings- en onderwijssituatie. Het uitgangspunt van HGW is dat het altijd gaat om dit kind op deze school in deze groep, bij deze leerkracht, van deze ouders in deze buurt. HGW is doelgericht en draait om het beantwoorden van de hulpvraag en het bedenken van een goede aanpak. Soms blijven er na een overleg over individuele hulpvragen nog vragen onbeantwoord. Op dat moment kan er via het SWV gebruik gemaakt worden van externe deskundigen uit de overkoepelende pool.

De zeven uitgangspunten van HGW:

  1. Doelgericht werken: het schoolteam formuleert korte en lange termijn doelen voor leren, werkhouding en sociaal-emotioneel functioneren van alle leerlingen en evalueert deze in een cyclus van planmatig handelen. Ook de deskundigen uit de ‘pool’ werken vraag- en doelgericht: zij verzamelen alleen die informatie die nodig is voor het vaststellen van een onderwijsjeugdhulparrangement (OJA).
  2. De onderwijs- en opvoedbehoeften van kinderen staan centraal. Wat heeft een kind nodig om een bepaald doel te behalen? Denk aan een bepaalde instructie/uitleg, extra leertijd en oefening, meer uitdaging of duidelijke gedragsafspraken met gerichte feedback.
  3. Afstemming en wisselwerking: het gaat niet alleen om het kind, maar om het kind in wisselwerking met zijn omgeving. Het gaat om deze leerling in deze groep, bij deze leerkracht, op deze school en van deze ouders. Hoe goed is de omgeving op school (onderwijs) en thuis (opvoeding) afgestemd op wat dit kind nodig heeft?
  4. Leerkrachten realiseren passend onderwijs en leveren daarmee een cruciale bijdrage aan een positieve ontwikkeling van leerlingen op het gebied van leren, werkhouding en sociaal-emotioneel functioneren. Met andere woorden: het is de leerkracht die ’t doet. Ook onderwijsondersteunend gedrag van ouders is cruciaal voor schoolsucces. Wat hebben leerkracht en ouders nodig om hun kind dit te kunnen bieden; wat zijn hun ondersteuningsbehoeften?
  5. Positieve aspecten van kind, leerkracht, groep, school en ouders zijn van groot belang. Naast problematische aspecten zijn deze nodig om de situatie te begrijpen, ambitieuze doelen te stellen en om een succesvol plan van aanpak te maken en uit te voeren. Binnen-en bovenschools is er daarom voortdurend aandacht voor het positieve.
  6. Samenwerking tussen leerkrachten, leerlingen, ouders, interne en externe begeleiders is noodzakelijk om een effectieve aanpak te realiseren. Dit vergt constructieve communicatie tussen betrokkenen. Samen analyseren zij de situatie, formuleren ze doelen en zoeken ze naar oplossingen. Binnenschools zorgteam en deskundigen uit de ‘bovenschoolse pool’ werken intensief samen, in het belang van kind, school en ouders. De trajectbegeleider is hierbij een belangrijke schakel.
  7. De werkwijze is systematisch, in stappen en transparant. Het is betrokkenen duidelijk hoe men wil werken en waarom. Er zijn heldere afspraken over wie wat doet, waarom, hoe en wanneer. Zorgteam en deskundigen uit de ‘pool’ zijn op elkaar afgestemd. Formulieren en checklists ondersteunen dit streven. Onderwijsprofessionals zijn open over hun manier van werken en over hun plannen en motieven.