Marijke Roos was jarenlang directeur van Het Mozaïek, school voor Speciaal Basis Onderwijs in Hilversum, maar is inmiddels gepensioneerd. Tijdens haar directeurschap werd PBS ingevoerd.

Wat is PBS?

De letters staan voor Positive Behaviour Support, een manier van werken rond gedrag die gebouwd is op een vijftal pijlers.  Eén daarvan is dat PBS schoolbreed is: iedereen in de school doet dus mee, ook de conciërge en de administratief medewerkers. PBS is vooral gericht op preventie.

Gewenst gedrag dat we verwachten van kinderen maken we visueel duidelijk: in rollenspel laat de leerkracht aan de kinderen zien ´wat verwachten we precies van jou´. Bijvoorbeeld hoe ziet rust in de gang eruit.

Belangrijk is dat we in een database gegevens verzamelen over het gedrag van kinderen en hoe wij hebben gereageerd. Die data zijn bepalend of we dingen goed doen, of we de aanpak kunnen verbeteren.

Tenslotte is er het partnerschap met ouders. We laten ook zien dat positief opvoeden bij ons hetzelfde gehanteerd wordt als bij de ouders en bij instellingen die steun bieden in de thuissituatie. Dus we hanteren dezelfde aanpak.

Waarom heeft Het Mozaïek voor PBS gekozen?

We hadden in de school methodes voor sociaal/emotionele ontwikkeling, maar het afmaken en het borgen van zaken was wel eens lastig. Ik had zelf het idee dat we nog veel losse eindjes hadden.

Ik had toen de gelegenheid naar een gedragscentrum in Oslo te gaan waar ze met PBS werken. Ik was enthousiast over wat ik in de scholen in Noorwegen heb gezien.

interview-dec-2016-4Het is dus niet zozeer een methode maar een paraplu die je over je school uitvouwt. De dingen in je school waar je tevreden over bent hang je eronder. Het sterke van PBS is dan dat het een samenhangend geheel wordt. Iedere school bouwt zijn eigen systeem op dat past bij de eigen kinderen en leerkrachten. Ik heb voor het team visueel gemaakt waar we mee bezig waren en de vraag gesteld welke dingen brengen we onder in de lijst van PBS. Terugkijkend is het wel het beste wat de school is overkomen.

We kregen een volledig draagvlak in het team. Maar als men zich gaat realiseren dat er een andere attitude wordt verwacht dan zijn er toch mensen die er moeite mee hebben. Inmiddels zit PBS gewoon bij de mensen in de genen.

interview-dec-2016-3Wat kwam je tegen bij de implementatie

We doen PBS met meerdere scholen binnen de stichting Elan en we wilden laten zien dat we dit als directeuren en bestuur heel belangrijk vinden. We zijn dus met alle teamleden naar Oslo gegaan.

Je moet het niet gaan dóen, je moet het gaan wórden, je moet als leidinggevende het voorbeeld zijn, ook in je gedrag naar kinderen toe. Dat je de kinderen positieve feedback moet geven, geldt ook naar de leerkrachten toe. Wat gaat goed, waar ben je blij mee, welke positieve dingen wil je met elkaar delen. Het zet ook de toon in de school: je spreekt nooit negatief over kinderen, je moppert nooit over een lastige ouder want dat past niet in de positieve context.

Bij het begin van de les spreekt de leerkracht altijd even de gedragsverwachtingen uit naar kinderen: wij gaan lezen, wat zijn de afspraken. Dat hebben we dus naar elkaar toe ook, bijvoorbeeld in vergaderingen. We hebben eerst gekeken welke waarden voor ons belangrijk zijn. We kozen: respect, veiligheid, verantwoordelijkheid. We hebben een gedragsmatrix gemaakt, bij voorbeeld wat zijn de regels in een specifieke ruimte, in positief geformuleerde regels. Dan ben je een halfjaar verder.

Eerst gaat het om de algemene ruimtes, het tweede jaar om de klas. Het derde jaar betrek je de ouders er meer bij.  Het lastigst vond ik het niveau van de klas: je maakt afspraken over de klasseninrichting, het klaslokaal is een functionele leeromgeving voor kinderen. Je moet een aantal zaken in elk lokaal terug kunnen zien. In elke klas hangt de matrix, visueel gemaakt, in elke klas staat een instructietafel en de afspraak erbij dat er alleen de dingen liggen die voor de instructie van belang zijn.

Elke klas heeft ook een nadenkplek: niet alles mag. Als een kind er toch voor kiest om zich niet aan de afspraken te houden, zullen we het in eerste instantie negeren. Soms dooft het niet uit en dan is er de reactieprocedure: de afspraak in herinnering brengen. Het kind kan dan kiezen om zich aan de afspraak te houden of kiest voor de consequentie. Er is dan de nadenkstoel, een plek in de klas waar je even uit de aandacht bent, twee minuten en dan kan het kind weer kiezen. De volgende consequentie kan zijn een schrijfstraf bij de buren. Het moet daar een kwartiertje werken en dat wordt genoteerd.

Er hoort een computerprogramma bij om wat er is gebeurd te beschrijven en de eventuele sanctie die is ingesteld.

De data-analist/ een leerkracht maakt maandelijks een overzicht en analyseert het. We bespreken dat in het gedragsteam en soms zit daar ook een ouder bij.

In het begin moesten we bijvoorbeeld veel interveniëren op het plein. We zijn toen informatie gaan verzamelen: filmen op het plein, praten met kinderen en ouders: hoe vinden jullie het buitenspelen, wat gaat leuk, wat kan beter. We zijn ook zelf gaan observeren. Uit het filmen bleek onder andere dat we gezellig met koffie buiten stonden maar niet met kinderen bezig waren. Redelijk shocking, we zochten vooral ruzies uit. Kinderen gaven aan dat ze zich verveelden en ze zeiden dat ze de pleinwacht vaak niet konden vinden. De ouders gaven aan dat er stukken plein waren waar we geen zicht op hadden.

We hebben toen een kijkwijzer gemaakt om het anders te doen. De leerkrachten lopen nu individueel op het plein, de pleinwacht is zichtbaar met knaloranje hesjes, we hebben leuke spulletjes voor buitenspelen aangeschaft. We hebben zones gemaakt, zoals een voetbalveld en een rustig gedeelte. Onze kinderen weten soms ook niet wat ze buiten kunnen doen, we hebben dus in gymtijd spelletjes aangeleerd, hoe speel je tikkertje, verstoppertje.

Voor kinderen met autisme hebben we spelkaarten gemaakt, waarop een spel eenvoudig wordt uitgelegd met de spelregels, met de materialen die je nodig hebt. Je maakt dus een plan dat meetbaar is bijvoorbeeld dat er minder interventies nodig zijn. Het ging van 80 naar 20 interventies.

We hebben normen, als een kind drie keer in een maand in de data komt, doen wij iets niet goed. Wat is de onderliggende behoefte van dit

kind, dat moeten we met interventie regelen, bijvoorbeeld met een beloningssysteem. Bij een kind dat veel aandacht vraagt hebben we een checkin-checkout. We stellen doelen die voor dat kind individueel gelden. Het kind heeft een blad met de doelen bij zich als hij ’s morgens op school komt met een aantal smileys, en dan heeft iemand even een kort gesprekje met het kind: heb je er zin in, wat zijn de doelen waaraan je gaat werken. De leerkracht heeft tijdens de dag dan regelmatig even een kort gesprekje met het kind. Aan het eind van de dag wordt er bij ons weer uitgecheckt.

Als het kind de veiligheid van zichzelf of de anderen in gevaar brengt dan komt hij wel direct bij de directeur of de conciërge en dan proberen we het kind te kalmeren. In een gesprek later op de dag wordt dan besproken wat er is gebeurd en welke consequenties dat heeft.

Soms heeft een kind meer dan gemiddeld behoefte aan structuur, dan is een individueel rooster op de tafel ook nodig. In de eerste zes weken van een schooljaar moet je veel aandacht besteden aan groepsvorming.

interview-dec-2016-2Hoe borg je deze methode?

We hebben een gedragsteam in de school dat zorgt dat PBS levend blijft.

Het klassenmanagement, de klasseninrichting en het pedagogisch klimaat en het pedagogisch gedrag van leerkrachten staan ook in de kijkwijzer.

Eens per jaar observeren we dat in het gedragsteam en dan krijgen de leerkrachten feedback op hun gedrag. Het gedragsteam bekijkt dan waar we op teamniveau aandacht aan moeten besteden.

80% moet waarneembaar zijn in de les. Stel dat een leerkracht niet in zijn kracht staat dan heeft zij/hij ook recht op wat extra’s. Soms is dit wat ondersteuning bij de interactie in de klas.

Leerkrachten moeten ook regelmatig positieve contacten met ouders hebben. Ouders zijn gewend dat een school contact opneemt als er een probleem is, maar wij nemen juist ook contact op voor een positieve boodschap.

De oudergroep denkt met ons mee en organiseert ouderavonden. We hebben eens beloningskaartjes geknutseld, die ouders in het broodtrommeltje kunnen leggen.

Leerlingen komen vaak met een busje naar school. Er was behoefte aan om ook de buschauffeurs erbij te betrekken. Nu zijn er drie regels opgehangen in de bus, en we kiezen ook de bus van de maand.

En de naschoolse opvang van Bink doet ook mee. Die geeft dezelfde ondersteuning.

PBS richt zich op drie niveaus van de school: 80 % van de kinderen heeft interventieniveau groen, 15 % zijn kinderen die extra ondersteuning nodig hebben (geel); enkele leerlingen hebben  intensieve zorg nodig (rood) zoals therapie buiten de school.

Pakken nieuwe collega’s het snel op?

Vorig jaar waren er veel nieuwe leerkrachten, toen was er een bijeenkomst met Monique Baart, een van de ontwikkelaars. Zij krijgen ook een maatje, die de grondbeginselen van de school bijbrengt en ze krijgen een coach, meestal de IB-er.

Alles staat beschreven in beleidsplannen en in kijkwijzers. Bij observatie wordt ook gekeken of de feedback wordt gegeven in de verhouding 4:1. Dus vier positieve interventies tegenover één correctie. En dat moet je scherp houden.

Als je je pedagogisch systeem zo neerzet behaal je ook betere resultaten met leren, er is minder weglektijd. Vroeger was PBS alleen gedrag, we kennen nu de gedragskant èn de leerkant.

interview-dec-2016-1Hoe reageren kinderen en ouders

Kinderen zijn heel enthousiast. We geven tastbare beloningskaartjes en dan kun je eens in de maand een klassenbeloning verdienen. Dus een speciale activiteit, zoals een high tea op het dakterras, of extra buitenspelen of in de bovenbouw apparaten slopen of een kauwgumdag.

Er zijn in alle klassen klassenvergaderingen en daar hebben ze het er met elkaar over hoe ze hun werkhouding en taakgedrag beoordelen. Bijvoorbeeld hoe lang duurt het voordat je aan je werk begint, kan dat ook beter?

Ouders zijn over het algemeen enthousiast, ze moeten ontdekken dat niet alles mag, maar dat we het kind centraal stellen en wat het kind van ons vraagt. Soms kiezen ouders om deze reden ook voor onze school. 

Suggesties voor scholen die ook PBS overwegen: Wat moet je doen, wat moet je laten!

Doen, maar je moet het er niet even bij doen, het is veelomvattend. We hebben er 3½  jaar over gedaan om PBS te implementeren en we hebben andere dingen even op een laag pitje gezet. Je moet het goed neerzetten en je goed laten begeleiden. De invoering valt of staat met de kwaliteit van de externe ondersteuner. Zorg dat mensen ook de ruimte hebben om het te doen en niet met 25 andere onderwerpen bezig zijn. Laat in alle dingen zien hoe belangrijk je het vindt. Dat betekent ook dat je geen kaartjes met je kopieerapparaat maakt, maar ze laat drukken en je eigen “Piebie” laat ontwerpen. Je laat in de vormgeving zien hoe belangrijk je het vindt.

Je moet ook je vier-momenten hebben, ouders en kinderen steeds weer even een oppeppertje geven.

En last but not least: kan PBS Passend Onderwijs ten goede komen?

Ik denk nog steeds dat als scholen pedagogisch aanpassingen kunnen doen met name in het leerkrachtgedrag, er veel verbeterd wordt. Scholen hebben een pedagogische vraag, want veel kinderen die naar het SBO worden verwezen hebben met gedragsproblemen te maken. Als je een goede lijn door de school heen hebt, en het samen doet en planmatig, dan kunnen ook leerkrachten met volle klassen ermee aan de slag.