Afbeelding1Thecla is 25 jaar in dienst van het onderwijs en als schoolmaatschappelijk werker verbonden aan de Indon in Bussum, het Mozaïek in Hilversum en de Wijngaard in Huizen.

Haar carrière in het onderwijs startte zij aan de Hummelingschool in Hilversum.

“Ik was avondhoofd in een verpleegtehuis in Amsterdam. Mijn jongste was toen vier, dus leek me met schoolvakanties vrij zijn wel een kans”.

Ik startte ooit met de studie medicijnen, maar dat viel me enorm tegen. Het was een soort monteursopleiding, weinig aandacht voor de psychosociale kanten van het vak. In het kader van de opleiding voor verpleegkundige heb ik op de PAAZ gewerkt, de psychiatrische afdeling. Daarna heb ik de opleiding maatschappelijk werk gedaan. In het Lucasziekenhuis heb ik toen gewerkt als sociotherapeut en assertiviteitstraining gegeven.

Bij de stichting Vrouw en medicijngebruik begeleidde Thecla vrouwen die wilden afkicken van valium/ librium. In die tijd was ontdekt hoe verslavend die spullen uiteindelijk waren. Ze deed de vervolgopleiding vrouw en hulpverlening.

Thecla is tot 2007 aan de Hummelingschool verbonden gebleven. Er kwam een vacature op de Wijngaard en de Indon en later op het Mozaïek. Deze scholen gingen zich verdiepen in PBS (Positive Behaviour Support). Een andere mindset krijgen in het begeleiden van kinderen. Het was heel waardevol om te kijken hoe je met elkaar in een school als gemeenschap kinderen opvoedt.

Ik heb veel kansen gekregen, mijn werk is nooit hetzelfde gebleven, ik ben sociale vaardigheidstraining gaan opzetten, en opvoedondersteuning voor ouders.

Je bent nu 25 jaar in dienst bij het onderwijs, welke veranderingen zie je?

Vroeger zat je alleen om de tafel met nieuwe ouders. Nu is er een groot overleg (MDO) met hulpverleners, de leerkracht en intern begeleider waarbij het gaat om: wat zien we als kwaliteiten en mogelijkheden van dit kind en wat we kunnen verbeteren.

Ik zie ook verzwaring van de problematiek in de scholen want er worden meer kinderen op de basisschool begeleid. Het in elkaar schuiven van LOM en MLK heeft een andere dynamiek in de school gebracht. Ook zijn de normen voor ZMLK verlaagd, dus er zitten meer kinderen in het (speciaal) basisonderwijs die de wereld helemaal niet zo goed begrijpen en daarin vast lopen.

De maatschappelijke ontwikkeling speelt ook een rol, kinderen zijn vaak heel erg gewenst, zodanig dat ouders zich volledig aan de kinderen aanpassen. Kinderen leren dan niet dat bepaald gedrag niet kan; er worden geen grenzen gesteld.

Er komen kinderen op school die heel weinig veerkracht hebben, alles draait om de kinderen. Kinderen hebben veel te leren om een poos ergens mee bezig te zijn, concentratie, aanpassing. Voorheen kwamen er wel kinderen in de LOM- en MLK-scholen alleen voor leerproblemen. Nu is er vaak heel veel meer aan de hand, of sociaal, of van generatie op generatie worstelend met het leven.

Wat doe je vanuit je functie schoolmaatschappelijk werker aan ondersteuning van gedrag?

Het bij elkaar brengen als vorm van ondersteunend gedrag is het belangrijkste. Met elkaar om de tafel, een analyse maken van wat de legitieme behoefte van het kind is. Hoe kunnen we op een andere manier gedrag aanleren waar we last van hebben. Vanuit de pijlers van PBS gaan we  ervan uit dat kinderen niet automatisch weten hoe ze zich moeten gedragen. We kijken met veel te volwassen ogen naar kinderen, als volwassene kunnen we distilleren wat er voor gedrag van ons wordt gevraagd, dat kunnen kinderen met een ontwikkelingsachterstand helemaal niet. We moeten het dus specifiek gaan aanleren en heel erg ondersteunen en aanmoedigen om dat te gaan oefenen.

snappieWe zijn gewend om als er iets is dat we vervelend vinden het “krokodillebrein” aan te zetten. Dan denkt je emotionele brein dat de ander het expres doet en dan ga je de ander als een vijand zien. De kunst is om het krokodillebrein uit te zetten of af te leiden: kunnen we een handiger manier aanleren om het doel te bereiken. Dat geldt ook richting ouders: de inzet, de goede bedoelingen benadrukken. Veel feedback en complimenten geven op zaken die wel goed gaan.

Kinderen die veel stress meemaken zitten in hun krokodillebrein, het alarm staat gespannen, op de korte termijn kijken ze of ze veilig zijn. Ze kunnen dan ook overprikkeld reageren op het mechanisme dat het alarm heeft aangezet, altijd hun omgeving in de gaten houden. Dat heeft veel effect op hoe kinderen in de wereld staan. Hoe ze denken over zichzelf of hun omgeving of de ander.

Omgaan met jezelf en de ander leer je in een veilige relatie met je ouders, als je moeder je gerust stelt als je ergens van schrikt leer je “oh, dit is zo erg niet”. Als dat niet gebeurt, bij overbelaste ouders of wat dan ook, dan krijg je een onveilig gevoel in de wereld. 

Passend Onderwijs heeft als opdracht de verbinding Onderwijs en Jeugdzorg te verbeteren. Wat vind je hiervan, wat zie je in de praktijk?

Met de transitie van de Jeugdzorg samen met de nieuwe aanpak van het Samenwerkingsverband komen er heel veel kansen. School, ouders en hulpverlening vormen een driehoek, die om het kind heen de aanpak afschermt en realiseert.

Er moet nog wel veel gebeuren en intussen wordt er geld weggehaald bij kinderen.

Ik heb aan tafel gezeten met mensen van de gemeente, de directeur van Unita en van een SBO-school. Er is toen een pilot afgesproken: betaald door de gemeente met iemand van de Bascule die op school kwam, en ook nog verstand had van onderwijs. In zeven weken tijd is het gelukt om de thuiszitter weer op school te krijgen, succesvol.

Afbeelding14Maar dan zegt de gemeente dat dit te duur is, dat dit niet voor andere kinderen wordt ingericht.

Dat is dus korte termijn denken, dat op de langere termijn zelfs duurder zou kunnen zijn.

Ik zie in de scholen steeds meer kinderen die helemaal ontregeld zijn, agressief gedrag laten zien, doorgedraaid zijn.

Er is vanuit de politiek veel aandacht voor schoolverzuim en thuiszitters.

Ben je hier op je scholen ook mee bezig?

We proberen creatief om te gaan met thuiszitters, vanuit het samenwerkingsverband bekijken we wat we een kind kunnen bieden om hem, desnoods gefaseerd, weer op school te krijgen. Op mijn scholen ben ik daar intensief mee bezig door op schoolverzuim te letten. Ik ben verzuimcoördinator en monitor van de hele school hoe het verzuim eruitziet.

Als er een teveel aan verzuim wordt aangegeven, kijk je ook of er een trend in de klas is. Bijvoorbeeld of er meerdere kinderen steeds te laat komen. Ouders worden dan per brief aangesproken, of de leerkracht wordt gevraagd strenger op te treden. Soms wordt een programma veranderd bijvoorbeeld in de kleutergroep niet starten met spelletjes maar in de kring want dan valt meer op dat bepaalde ouders te laat komen.

Als een kind om legitieme redenen vaak afwezig is wordt gekeken hoe we kunnen voorkomen dat de leerontwikkeling schade ondervindt, door schoolwerk te brengen, of door een videoverbinding met thuis.

Binnen Unita zijn er weinig thuiszitters: we kennen ambulante spoedhulp als snelle samenwerking van school en hulpverlening.

Kortom, ik geniet nog steeds van mijn werk, en het past ook bij mij om op meerdere plekken bezig te zijn.