Verona Bakker is ambulant begeleider in cluster 3 “De Kleine Prins”. Haar taak is om leerlingen met een lichamelijke beperking, met een meervoudige beperking en langdurig zieke kinderen te begeleiden in het regulier onderwijs. Verona Bakker vertelt verder over haar werk: welke expertise wordt gevraagd en komt die ook echt de klas in. Hoe ziet ze de toekomst met Passend Onderwijs? Hoe zijn de ervaringen met het MDO. Tenslotte formuleert ze haar droom voor de toekomst.
Kinderen met een rugzak

VeronaDe kinderen die Verona Bakker begeleidt hebben een rugzak. De school krijgt, dit jaar voor het laatst, een personele vergoeding om bijv. RT voor deze kinderen te organiseren. In de rugzak zit ook een materiële vergoeding waardoor er wat meer hulpmiddelen aangeschaft kunnen worden en het derde deel in de rugzak is voor de inzet van de ambulant begeleider. Die begeleidt  de leerkracht in het omgaan met deze leerling, om te bekijken wat hij aan ondersteuning nodig heeft .

Gevraagde expertise

De expertise die wordt gevraagd ligt vooral op het gebied van de gevolgen van een ziektebeeld. Kan daar  bijvoorbeeld het concentratieprobleem uit zijn ontstaan of de achterstand in de leerontwikkeling? Of kan een leerling met een spastische arm toch leren schrijven en hoe dan?

Maar ook wat  het gevolg is voor het onderwijs van een langdurige ziekte of na een chemo die leerlingen met kanker toegediend krijgen.

Vooral over de langdurig zieke leerlingen maken wij ons wel zorgen. Het zijn de leerlingen die niet zo opvallen maar die toch wel een speciale aanpak nodig hebben. Het zijn bijvoorbeeld kinderen met diabetes of met een chronisch vermoeidheidssyndroom. We vinden het dan ook belangrijk dat onze expertise blijft bestaan omdat we daarin scholen raad kunnen geven en leerkrachten goed kunnen begeleiden.

Krijg je deze expertise ook echt de klas in?

Het is de bedoeling dat de handelingsbekwaamheid van de leerkracht vergroot wordt. Uiteindelijk moeten we onszelf overbodig maken. Dat lukt ook, maar het is soms jammer dat de overdracht niet altijd even goed geregeld is als een kind naar een andere groep overgaat. Dan begin je weer een beetje opnieuw. Over het algemeen zijn de leerkrachten blij met de adviezen, passen ze die ook toe en merken dat ze daarmee verder komen. Dus ze worden echt meer handelingsbekwaam.

Begeleiden nu en in de toekomst

We zijn er nu nog vooral voor die leerling op die school bij die leerkracht. We willen wat meer ook naar zijn omgeving toe. Hebben de andere kinderen in die klas ook wel profijt van de begeleiding? Dat heeft ook te maken met co-teaching.

Wat we ook merken is dat de groep kinderen met Niet-Aangeboren Hersenletsel (NAH) een grotere groep is dan we vaak vermoeden. Er is dan in het verleden iets gebeurd  waardoor dat hersenletsel ontstaan is. Na een val, een ongeluk, een hersenvliesontsteking, een tumor kan een kind weer heel anders terugkomen op school. Als het voor het vierde levensjaar is gebeurd weet je het zelfs niet altijd. Maar het kan wel gevolgen hebben voor geheugen, voor concentratie.

We hebben dus met heel veel ziektebeelden te maken en daarin is elk kind ook weer anders.

Hoe zie je Passend Onderwijs?

Ik vind het een enorme kans en uitdaging omdat we er vanuit gaan dat de zorg voor dat kind georganiseerd gaat worden zolang het nodig is en het geld niet alleen in die ene rugzak gaat zitten maar dat andere kinderen er ook profijt bij kunnen hebben.

Ik hoop wel dat ouders er voldoende in te zeggen krijgen. Maar de kracht van het MDO is dan dat ouders erbij zitten en erover mee kunnen praten.

Passend onderwijs kan voor kinderen veel gaan betekenen en we moeten dus die kansen grijpen. Wel vraag ik me af of docenten met name in het Voortgezet Onderwijs hiervoor wel voldoende geschoold worden, daar ligt mijns inziens nog wel een braak terrein, het basisonderwijs is al zolang met zorgleerlingen bezig.

Verona’s droom voor de toekomst

Mijn droom voor de toekomst is dat alle scholen toegerust zijn in het opvangen van alle kinderen met een beperking. Ik denk dat het een enorme verrijking is als je kinderen van diverse pluimage in je school hebt. Het is voor de hele groep geweldig om mee te maken dat een leerling met een beperking erbij hoort. Ik hoop dat de kinderen die het regulier onderwijs aankunnen daar dan allemaal een plek krijgen.

Het is fantastisch als een kind in een rolstoel ook op een gewone school kan meedraaien en zijn vriendjes daar heeft. Dus op een school om de hoek zonder altijd in een bus gehaald en gebracht te moeten worden. Kinderen zien dan ook dat er meer is dan gezond zijn en alles te hebben wat je hartje begeert. Dat zou mijn droom zijn, maar het vraagt veel inzet van de leerkrachten.

Verona wijst nog graag op de expertisewijzer van De Kleine Prins, waarin heel overzichtelijk aangegeven staat wat de Ambulante Dienstverlening te bieden heeft bij de verschillende ziektebeelden van kinderen.