Oude aanpak ‘landelijke indicatiesystematiek’
In de periode vóór de Wet Passend Onderwijs werd onderscheid gemaakt tussen lichte ondersteuning voor leerlingen met leerproblemen en zware ondersteuning voor leerlingen met een beperking. Leerlingen die ondersteuning nodig hebben, nemen deel aan het regulier onderwijs met een leerlinggebonden financiering ook wel ‘rugzakje’ genoemd. De toewijzing van een ‘rugzakje’ of deelname aan het speciaal onderwijs was geregeld via landelijke vastgestelde voorwaarden, de ‘landelijke indicatiesystematiek’. De scholen voor speciaal onderwijs werkten samen in 34 regionale zogenoemde ‘expertisecentra’. Een indicatiecommissie van de expertisecentra toetste of leerlingen toelaatbaar voor het speciaal onderwijs of met een ‘rugzakje’ naar het reguliere onderwijs konden.

Wet Passend Onderwijs

Deze wet omvat een nieuwe aanpak van het onderwijssysteem. Passend onderwijs heeft tot doel om de kwaliteit van onderwijs aan leerlingen die extra ondersteuning nodig hebben te verbeteren en passend te maken.

Aanpak Passend Onderwijs

De nieuwe landelijke aanpak ‘Passend Onderwijs’ wordt minder complex en bureaucratisch. Geen lange indicatieprocedures, geen wachtlijsten en zo min mogelijk administratieve lasten voor de betrokkenen.

Alle scholen voor regulier en speciaal basisonderwijs zijn door het ministerie naar postcode/gemeente ingedeeld en vormen 75 samenwerkingsverbanden.

Het samenwerkingsverband krijgt de beschikking over de middelen voor de lichte en zware ondersteuning in het onderwijs. Het financiële systeem dat bij het nieuwe wettelijke kader behoort, moet transparant en beheersbaar zijn. Het moet duidelijk zijn waaraan de beschikbare middelen voor extra onderwijs-ondersteuning worden besteed.

Unita is verantwoordelijk voor het realiseren van een dekkend netwerk passend onderwijs in de regio. De schoolbesturen binnen maken afspraken over hoe voor elke leerling zo goed mogelijk Passend Onderwijs kan worden gerealiseerd.