Wat is je achtergrond in het onderwijs?
“Als kind was ik erg betrokken bij kinderen in de klas die gepest werden of moeite met leren hadden. Altijd ben ik gefascineerd geweest door de manier waarop leraren met leerlingen omgaan, de leerkracht/ leerling relatie. De eerste 10 jaar van mijn leven heb ik in Amerika gewoond, daarna zijn we naar Nederland verhuisd. Ik sprak toen nauwelijks Nederlands, daardoor was ik alert op de communicatie tussen leraren en leerlingen. Ik zag mooie dingen en dingen die anders konden. Bepaalde uitspraken van leerkrachten en de effecten daarvan op leerlingen, herinner ik me nog levendig. Zoals een vriendje van me dat moeizaam leerde en heel onzeker was. Het was een geschiedenisles en hij stak opeens zijn hand op bij een vraag van de leerkracht, iedereen verbaasd, want hij zei eigenlijk nooit iets hardop in de klas. Hij kreeg de beurt en gaf een fout antwoord, waarop die leerkracht riep: “fout!”. Ik vond het bewonderens-waardig dat hij zijn antwoord direct wilde toelichten met “maar ik dacht dat …”. De spanning in die klas was te snijden. Toen bulderde die leerkracht: “jij moet niet denken, jij kan niet denken” en de andere kinderen lachten. Dat heeft mij erg geraakt. Een goed en mooi voorbeeld was de leerkracht die mij koppelde aan een meisje dat een beetje Engels sprak en mijn tolk werd. Die leerkracht oefende ook heel wat pauzes geduldig de ‘ei/ie’ met mij, want ik had automatiseringsproblemen en dat lukte maar niet. Volgens haar vanwege het verschil in klank tussen Engels en Nederlands. Zij heeft mij toen een ezelsbruggetje geleerd, dat ik zelfs nu nog wel eens toepas. Ik was dol op leraren die warm waren, eerlijke regels hadden en duidelijk uitlegden. Mijn interesse voor en affiniteit met het onderwijs bleven, ook op de middelbare school. Daar raakte ik gefascineerd door de vraag waarom bepaalde docenten zo inspirerend les konden geven, terwijl anderen geen orde konden houden: was het vakkennis, passie voor hun vak en/of hoe ze omgingen met gedragsregels en leerlingen? Op de middelbare school was ik niet altijd een fijne leerling, ik kon best opstandig zijn, daar heb ik nu nog wel spijt van. Na de middelbare school ben ik kinderpsychologie gaan studeren. Via stages kwam ik op verschillende scholen terecht, ook speciaal onderwijs.”

Kun je een aantal voorbeelden noemen van HGW in de praktijk?
“Een voorbeeld van HGW is dat een schoolteam de zeven uitgangspunten toepast in haar dagelijkse werk, in de communicatie met collega’s, leerlingen en hun ouders. Dat ze in een gesprek vertrekken vanuit een vraag, bespreken wat goed gaat en wat moeizaam, doelen voor leren en gedrag formuleren en samen naar oplossingen zoeken. Wat heeft dit kind nodig om dit doel te halen en wat heeft diens leerkracht (of ouder) nodig om dit te kunnen bieden? Want het zijn uiteindelijk die leraar en die ouder die het kind vooruit kunnen helpen. HGW biedt een handzaam kader voor gesprekken met en over leerlingen. Het geeft houvast. En uit trainingen weten we dat het goed overdraagbaar is.
Een ander voorbeeld van HGW betreft de hele groep, het maken van een groepsoverzicht. Hierin wordt de groep in kaart gebracht aan de hand van stimulerende en belemmerende kenmerken van kind, onderwijs en opvoeding. Als dit lukt, heb je zicht op je groep: de krachten en moeilijkheden, de  onderwijsbehoeften en de overeenkomsten en verschillen in je groep. Laatst vertelde een leerkracht me dat zij dit groepsoverzicht gebruikte in haar rapportbesprekingen. Daar had ze positieve ervaringen mee opgedaan, want ze had nu zicht op al haar leerlingen, ook op dat stille meisje dat eigenlijk nooit opviel. En toen zij de ouders van dit meisje over haar observaties vertelde, waren de ouders geraakt. Zij hadden niet eerder meegemaakt dat een leerkracht hun dochter zo goede kende. Gelukkig gaven deze ouders dit als compliment terug aan de leerkracht en gaat zij hier nu mee door. Twee vliegen in een klap: een groepsoverzicht en alle rapportbesprekingen voorbereid. Het is verschrikkelijk druk in het onderwijs, dus we moeten ervoor zorgen dat HGW leerkrachten ondersteunt, dat het hen wat oplevert in plaats van dat het hen alleen maar tijd en energie kost.
Op basis van een groepsoverzicht kun je een groepsplan maken. Simpel gezegd, is er altijd ‘een middenmoot’: de grootste groep leerlingen die zich conform de leerdoelen ontwikkelt. Er is ook een ‘bovengemiddeld’ groepje, dat meer aankan, een kortere uitleg en meer uitdaging nodig heeft. Dan is er ook nog een groepje dat moeite heeft met de lesstof, die extra instructie en extra oefening nodig heeft om de doelen te behalen. Soms is er ook nog een enkele leerling voor wie we, na de herhaalde intensiveringen, een leerdoel moeten bijstellen. Het idee is dat je de leerlingen die hetzelfde nodig hebben samenvoegt, zodat je niet drie keer extra individuele instructie aan drie leerlingen afzonderlijk geeft, maar één keer gezamenlijk aan drie leerlingen. Zo krijg je grip op je onderwijs en probeer je zoveel mogelijk leerlingen zo veel mogelijk te bieden wat ze nodig hebben. Ik benadruk zo veel mogelijk, want het moet wel haalbaar zijn voor de leerkracht.”

Welke eerdere onderwijsvernieuwingen gingen vooraf aan HGW?
“HGW combineert allerlei werkzame elementen uit ontwikkelingen en stromingen, zoals effectieve instructie, goed klassenmanagement en omgaan met gedragsproblemen. De ingrediënten van HGW zijn dus niet nieuw, maar de combinatie wel. Van mij mag je gerust zeggen “HGW is oude wijn in nieuwe zakken”, als je er maar bij vermeldt dat het goede bewezen werkzame wijnen zijn, in stevige doch flexibele zakken. HGW is niet zozeer een onderwijsvernieuwing als wel een verandering in basishouding. Het gaat in essentie om omgaan met verschillen (tussen leerlingen, maar ook tussen leerkrachten en ouders), formuleren en evalueren van doelen, zoeken naar kansen en oplossingen (oplossingsgericht werken) en het benoemen van de mogelijkheden èn grenzen van de school. Daarbij voortdurend realiseren dat er geen kind bestaat dat met opzet fouten maakt, expres een E-score haalt of opzettelijk afgeleid of opstandig is. Het is altijd onkunde, dus nooit onwil, want een kind doet het zo goed als die kan. De hamvraag is daarom: wat kan ik als leerkracht (of als ouder) doen dat het dit kind wel lukt om …? Samen nagaan wat een leerkracht, ouder of begeleider kan doen om een kind weer een stap verder in zijn ontwikkeling te krijgen. HGW biedt hierbij een kader van 7 punten, een houvast in de complexe werkelijkheid van alledag. Het maakt je als onderwijsprofessional bewuster en je gaat de dingen zien die je wèl gelukt zijn. Kortom, HGW biedt een optimistische en realistische kijk op onderwijs.”

Wat zijn de verbeterpunten van de pilot?
“Verbeterpunten zijn er ook, meer dan genoeg om nog een jaar te experimenteren. Met meer scholen en met een ‘aanvliegroute’ vanuit de jeugdzorg. Bij de eerste evaluatie gaven een aantal IB’ ers bijvoorbeeld aan dat ze vonden dat de positie van het kind niet sterk was. Terwijl dat wel een uitgangspunt van HGW is, denk maar aan de ‘kindgesprekken’ en ‘kindplannen’. Kinderen kunnen helder aangeven hoe ze een situatie beleven, welke doelen ze nastreven en wat maakt dat ze die gaan halen. Geheel terechte kritiek dus. Op dit moment ontwikkel ik samen met die IB’ ers, materiaal om het kind er beter bij te betrekken. We maken ook een informatiefolder voor ouders en leerkrachten, want die waren er nog niet en daar blijkt grote behoefte aan te zijn. Daarin beschrijven we beknopt,  wat en waarvoor een MZT is en hoe en wie welke bijdrage kan leveren. Verder moeten we komend schooljaar beter gaan afstemmen met de commissies die toeleiding naar SBO en SO regelen, de PCL’s en CVI’s.”

Hoe zou je willen dat de ontwikkelingen in het onderwijs over 10 jaar zijn?  
“Over 10 jaar zou ik wensen dat alle betrokkenen in het onderwijs – leerkrachten, IB’ ers, ouders, deskundigen en ook de leerlingen zelf, vanuit eenzelfde kader gericht samenwerken. En dat we de kwaliteit van ons onderwijs als een gezamenlijk doel en een gezamenlijke verantwoordelijkheid zien. We willen met z’n allen ook die kinderen die extra begeleiding nodig hebben binnen de boot houden. Iedereen ondersteunt elkaar en het kind staat centraal. Het gaat erom dat elk kind zich optimaal ontwikkelt (qua leren en sociaal-emotioneel) en doorstroomt naar de school voor Voortgezet Onderwijs die bij het kind past en diens toekomstmogelijkheden vergroot. Dus eigenlijk dat we de krachten van leerlingen, leerkrachten en ouders nog beter weten te benutten: samen sterk!”

Boekje ‘HGW voor ouders’
“Het is de bedoeling dat het boekje ouders meer informatie geeft over de verwachting van school naar ouders en wat zij kunnen verwachten van school. Het wordt een praktisch boekje ‘voor ouders door ouders’ en is in september klaar. Dit proces levert me waardvolle informatie, over betrokkenheid vanuit het perspectief van ouders. Deze informatie verwerk ik dan weer in HGW. Dat blijft natuurlijk in ontwikkeling, recente ontwikkelingen uit wetenschap en beleid nemen we er ook in mee, want het kan altijd beter. “