In de drukste maand van het jaar neemt Mirella van Minderhout alle tijd voor een interview voor de nieuwsbrief van Unita. Open en positief vertelt ze over haar werk en eigen ervaringen ook als lid van de loketgroep Pilot MDO.

Welke veranderingen brengt passend onderwijs met zich mee?
“Passend onderwijs brengt veel veranderingen met zich mee. De regering bepaalt van bovenaf dat er iets moet veranderen en geeft kaders. De manier waarop kun je als samenwerkingsverband, bestuur of school zelf vormgeven. Dit is veel werk, maar biedt ook mogelijkheden. Het zet mensen op alle niveaus binnen het onderwijs scherp over de aanpak tot nu toe. Iedereen wordt zich bewuster van zijn/haar verantwoordelijkheid binnen het onderwijs en hierdoor wordt de bindende factor vergroot. Wat uiteindelijk de leerkracht en de leerlingen in de klas sterkt. Passend onderwijs betekent voor mij dat onderwijs en de onderwijsbehoeften van leerlingen op elkaar worden afgestemd en dat de leerkracht aangeeft waarin hij/zij ondersteuning nodig heeft om zo zijn/haar onderwijs te optimaliseren.”

Welke reacties krijg je van ouders over de veranderingen in het onderwijs?
“Ouders voelen zich serieus genomen, omdat ze als ervaringsdeskundige meepraten in een overleg. Het levert meer op om samen na te denken over hoe je een kind kunt helpen. Met elkaar de situatie rondom het kind helder maken, bedenken wat nodig is en vooruitdenken. Zo had ik vorige week een multidisciplinair overleg waarin we heel druk geweest zijn om de situatie rond een leerling te verhelderen en van daaruit na te gaan wat de leerkracht, de ouders en het kind nodig hebben om een viertal geformuleerde doelen te bereiken. De moeder gaf aan dat zij nogal op had gezien tegen het gesprek en dat zij zich goed had voorbereid, maar dat zij van te voren niet had kunnen bedenken dat we zo gelijkwaardig en samen met elkaar aan de slag zouden gaan. De tevredenheid die de ouders en leerkrachten naar elkaar uitspreken, de openheid waarmee zaken besproken worden en de doelgerichtheid, doet mij altijd heel goed. Zeker wanneer je ziet dat iedereen met zijn eigen deel enthousiast aan de slag gaat.”

Kun je een praktijkvoorbeeld geven vanuit de pilot MDO?
“Laatst was er een leerling die extra ondersteuning nodig had. De leerkracht had geen tijd om deze extra ondersteuning te bieden. Toen is er in de klas een klassenassistent geplaatst en is goed gekeken hoe de inzet zo efficiënt mogelijk kon. Door de klas in ondersteuningsgroepjes te verdelen profiteert de hele klas van de extra ondersteuning van de klassenassistent. Mijn streven is dat meerdere leerlingen kunnen profiteren van interventies van een leerkracht, dat is prettig voor de leerlingen zelf. Ze kunnen van en met elkaar leren wat een beter resultaat en plezier geeft en het blijft effectief en haalbaar voor de leerkracht.”

Hoe verloopt de uitbreiding van de pilot MDO met de tien extra scholen?
“Het enthousiasme onder de deelnemende scholen is groot. De frisse blik van de extra scholen zorgt voor aanscherpingen binnen de pilot MDO. Er wordt meer ‘out of the box’ en in mogelijkheden gedacht. Het is goed om te zien dat zo’n groot aantal scholen het als een uitdaging zien, ervoor gaan en openstaan. Ik ben blij als knelpunten open worden besproken. Op die manier zorgen we dat we verder komen. Als lid van de loketgroep probeer ik zoveel mogelijk mijn ervaringen als trajectbegeleider en als trainer in HGW, 1-zorgroute en opbrengstgerichtwerken, mee te nemen zodat we steeds verder kunnen aanscherpen en verbeteren. Samen kunnen we Handelingsgericht werken en – arrangeren aanscherpen en verbeteren. De groep enthousiaste betrokkenen wordt steeds groter. De uitdaging is om iedereen te laten nadenken over zijn of haar rol in het optimaliseren van het onderwijs voor deze leerling, bij deze leerkracht, in deze klas op deze school, bij deze ouders.”

Wat is je achtergrond in het onderwijs?
“Na het afronden van de Pabo ben ik gestart als leerkracht en dit heb ik zeven jaar met heel veel plezier gedaan. Tijdens het lesgeven riepen bepaalde situaties of bepaald gedrag van kinderen vragen bij mij op. Wat maakt dat zij doen wat ze doen en leren zoals ze leren, of soms niet leren? Waar ik heel lang over na kon denken was: hoe kan ik als leerkracht afstemmen, waardoor deze leerlingen krijgen wat ze nodig hebben om tot leren te komen of ander gedrag laten zien. Mijn eerste ervaringen als leerkracht heb ik opgedaan in Suriname. Daar werd mijn leerkrachthandelen aardig uitgedaagd; nauwelijks of geen leermiddelen en een groep van 40 leerlingen in klas 6, die tussen de 8 en 14 jaar oud waren. De leerkracht doet ertoe, werd daar in alle opzichten duidelijk. Zowel daar als later in mijn werk, is deze ervaring en visie niet anders geworden. Uiteindelijk ben jij als leerkracht in het onderwijs de spil waar de ontwikkelingen en prestaties van kinderen grotendeels van afhangen. Ik weet hoe zwaar deze druk kan voelen als leerkracht en hoe lastig het kan zijn wanneer zaken buiten je invloedsfeer liggen. Bovenal kan ik nog vaker (mee)genieten wanneer juist door veranderingen in het handelen van leerkrachten en ouders, kinderen ineens een verandering laten zien in hun ontwikkeling.

Omdat ik het uitdagend vind om na te gaan hoe het onderwijs verder geoptimaliseerd kan worden, besloot ik naast mijn werk onderwijspedagogiek te gaan studeren; een combinatiestudie van onderwijskunde en orthopedagogiek. De combinatiestudie bleek net niet het één en net niet de mogelijkheden van het ander te bieden, dus ben ik beide studies volledig gaan volgen. Ik heb de opleidingen NVO-orthopedagoog-generalist en cognitief gedragstherapeut gevolgd. Daardoor heb ik zowel mijn ervaringen binnen de jeugdzorg als het onderwijs kunnen verbreden. Een grote ervaring is, dat ik sinds de geboorte van onze kinderen nog meer de andere kant van het onderwijs beleef en de driehoek van ouders, leerkracht en leerling als middelpunt van het handelingsgericht werken voel in al mijn vezels.”

Wat houdt je werk precies in?
“Als senior onderwijsadviseur, richt ik me voornamelijk op het verzorgen van trainingen ten aanzien van schoolveranderingsprocessen en diagnostiek en behandeling van leerlingen in de onderwijs context en begeleiding van leerkrachten. Ik ben werkzaam in samenwerkingsverbanden, reguliere scholen en scholen voor speciaal basisonderwijs, speciaal onderwijs en Zorg- adviesteams. Natuurlijk neem ik nu met plezier deel aan de Pilot MDO. Het verzorgen van trainingen en begeleidingstrajecten voor directies van scholen, IB’ers en leerkrachten op verschillende gebieden is onderdeel van mijn werk. Het verbeteren van het pedagogisch klimaat, didactiek en klassenmanagement gelinkt aan de kaders van passend onderwijs en handelingsgericht- en opbrengstgericht werken en de gespreksvoering met kinderen en ouders zijn onderwerpen waar ik me mee bezig houd. Door alle ontwikkelingen geef ik sinds een jaar of vier trainingen aan collega- psychologen en -orthopedagogen en kan ik genieten van het, samen met collega’s nadenken en verbeteren van ons beroep en onze rol binnen het onderwijs. Sinds vier jaar werk ik ook met veel plezier in mijn eigen behandelpraktijk als cognitief gedragstherapeut.”

Wat vind je het mooiste van je vak?
“Ik vind het leuk om mensen te motiveren, ze een spiegel voor te houden en ze op die manier in hun kracht te zetten. Samen ontdekken waar de knelpunten liggen, wat de sterke kanten zijn van mensen en bovenal allereerst bedenken wat wenselijk is en vervolgens nagaan of en hoe dit haalbaar. Dat helpt te denken in mogelijkheden, om een gesteld doel te bereiken. Ik krijg energie van het feit dat je iemand, door gesprekken te voeren en vragen te stellen, weer perspectief biedt en soms op een andere manier laat kijken en denken, wat vervolgens iemands gevoel en handelen positief beïnvloedt. Wanneer de mensen die ik train, zien wat het ze oplevert en er zin in krijgen om direct aan de slag te gaan in de praktijk, ben ik tevreden.”

Wat vind je het moeilijkste van je vak?
“Met stip op nummer 1 staat het feit dat mijn vak direct verbonden is met hoe ik thuis handel met mijn kinderen. Doordat je over zoveel zaken nadenkt en een vergrootglas op je eigen handelen hebt liggen, weet je ook wat je allemaal niet goed doet. Ik vind het moeilijk als het mij niet lukt om iemand naar zichzelf te laten kijken. Zelf geloof ik erin dat je het beste kunt kijken naar je eigen verbeterpunten, omdat dat binnen je eigen invloedsfeer ligt en je daar dus invloed op uit kunt oefenen. Dat geeft ook weer energie en succeservaringen en deze wens ik een ander ook toe. Met name de oplossingen die je voor je eigen situaties kunt bedenken of bewerken, werken vele malen beter. Dat hoop ik te bereiken door vragen te stellen en goed te luisteren en mensen te bekrachtigen waar dat kan. Het gedrag van mensen is naar mijn idee functioneel en de uitdaging is om er achter te komen wat het voor iemand functioneel maakt en welke invloed dit heeft.”