1. Aanleiding

Deze notitie bespreekt de verplichtingen en inhoud ten aanzien van een OPP in Unita. De aanleiding hiervoor betreft vragen van scholen en recente ontwikkelingen in het waarderingskader van de Inspectie en uitspraken van de Geschillencommissie Passend Onderwijs.

Aan bod komen de volgende onderwerpen:

  • Wettelijke verplichtingen OPP (par. 2 en 3)
  • Onderdelen van een OPP (par. 4)
  • Inschatten uitstroomperspectief (par. 5)
  • Doelgericht werken met een OPP (par. 6)
  • Kleuters en een OPP (par. 7)
  • De OPP-trap (par. 8)
  • Nieuwkomers en OPP (par. 9)
  • OPP uitwisselen met BRON (par. 10)

Meer informatie

Ga direct naar:
Registreren met ParnasSysBijlage 1

2. Voor welke leerlingen is een OPP wettelijk verplicht?

Wettelijk gezien geldt sinds augustus 2014 binnen het reguliere onderwijs de verplichting een OPP op te stellen voor alle leerlingen die naast de basisondersteuning extra ondersteuning krijgen. Dit OPP dient binnen 6 weken te worden opgesteld. De verplichting om een individueel handelingsplan (IHP) op te stellen komt door het OPP te vervallen.

Als een leerling extra ondersteuning van het Samenwerkingsverband Passend Onderwijs ontvangt, dan dient een OPP te worden opgesteld èn bij BRON te worden geregistreerd.

In Unita gaat het om de leerlingen die via een MDO-traject een diagnostisch arrangement en/of begeleidingsarrangement krijgen (100% gefinancierd door Unita), een Arrangement Plus (50% gefinancierd door Unita; 50% door bestuur) of een Arrangement HB Dubbel Bijzonder.

Er hoeft geen OPP te worden opgesteld voor leerlingen die ondersteuning krijgen die valt onder de basisondersteuning, zoals begeleiding bij werkhouding en gedrag of bij dyslexie, dyscalculie, (hoog)begaafdheid of kortdurende remedial teaching.

Voor alle leerlingen in Speciaal (Basis) Onderwijs moet een OPP worden opgesteld, binnen 6 weken na inschrijving van de leerling.

Daarnaast is onlangs door de inspectie aangegeven dat een OPP ook verplicht is voor ‘leerlingen met een eigen leerlijn’. Ofwel “Wanneer wordt afgeweken van de kerndoelen en referentieniveaus, wordt dit vermeld in het ontwikkelingsperspectief van de leerling (art. 40a, vijfde lid, WPO). Het OPP in het regulier onderwijs komt aan de orde in OP1 (aanbod), OP2 (zicht op ontwikkeling en begeleiding) en OP4 (extra ondersteuning), zie bijlage 1.

3. OPP: wat moet binnen Unita?

De driehoek Passend Onderwijs van Unita, voor reguliere scholen, kan houvast bieden:

Binnen Unita krijgen leerlingen extra externe ondersteuning vanuit het SWV in niveau 3: n.a.v. een groeidocument (GD) door een Traject Begeleider (TB-er) of onderwijs-pooldeskundige en via een Multi Disciplinair Overleg (MDO).

Unita verstaat onder extra externe ondersteuning op niveau 3:

  • Meer dan één MDO
  • Diagnostisch arrangement door schoolpsycholoog of orthopedagoog
  • Rekenonderzoek door rekenspecialist Unita
  • Onderzoek naar dyslexie of dyscalculie door taalspecialist Unita
  • Begeleidingsarrangement voor de leerling door een AB-er uit SBO of SO of andere pooldeskundige uit het onderwijs
  • Onderwijsarrangement Plus (financiën 50/50 Unita/bestuur)
  • Leesambulatorium Unita
  • Taalgroep Unita
  • Rekengroep Unita
  • Leerlingen die een TLV voor SBO of SO krijgen
  • Alle leerlingen in SBO en SO

Voor de volgende leerlingen hoeft de school geenOPP te maken:

  • Eenmalig MDO
  • Verkennende Consultatie gericht op leerkracht-handelen door TB-er (meestal AB)
  • Observatie gericht op de groep en het handelen van de leerkracht door TB-er (meestal AB)
  • Een groepsarrangement door een TB-er (meestal AB)
  • Ondersteuning van ouders bij opvoedingsvragen door schoolmaatschappelijk werk (Unita of anders)
  • Een diagnostisch of begeleidingsarrangement vanuit de jeugdhulp of de jeugdzorg

4. Welke onderdelen van een OPP zijn wettelijk verplicht?

De verplichte onderdelen van een OPP zijn:

  1. De verwachte uitstroombestemming van de leerling: type voortgezet (speciaal) onderwijs, zoals VWO, HAVO, VMBO (theoretisch, gemengd, basis of kader), praktijkonderwijs of cluster 3 (zeer moeilijk lerend).
  2. De onderbouwing van de uitstroombestemming: de huidige stimulerende en belemmerende factoren van de leerling, de onderwijsleer- en de opvoedingssituatie die van invloed zijn op het onderwijs aan de leerling.
  3. Een beschrijving van de extra ondersteuning indien dezeafwijkt van het reguliere onderwijsprogramma: met welke specifieke maatregelen beidt de school deze leerling extra ondersteuning op maat? Sinds 1-8-2017 hebben ouders instemmingsecht over dit handelingsdeel, zij moeten het goedkeuren.

Met een OPP kijk je samen vooruit, je plant het onderwijs doelgericht en evalueert de impact daarvan systematisch. In plaats van af te wachten waar de leerling uitkomt, werk je doelgericht. Met als lange termijn doel een soepele overgang naar het voortgezet (speciaal) onderwijs. Samen met collega’s, leerling en ouders werk je, via korte termijn doelen, naar deze overgang toe. Doel hiervan is dat de leerling op de plek komt die past bij zijn mogelijkheden, interesses en talenten.

Wil je meer weten over het OPP? Lees dan de kern van het OPP, de handreikingen van de PO-raad voor regulier onderwijs en S(B)O en de kijkwijzer OPP van Unita. Deze zijn te vinden op de site van Unita.

5. Uitstroomperspectief inschatten

Het inschatten van een uitstroomperspectief vergt wikken en wegen. In deze afweging spelen het leerrendement en het ingeschatte intelligentieniveau, indien beschikbaar én betrouwbaar, een rol. Maar het gaat om veel meer (Pameijer, 2011), zoals andere kenmerken van de leerling, talenten en doorzettingsvermogen bijvoorbeeld, de kwaliteit van lesgeven en het

onderwijsondersteunende gedrag van ouders. Bij iedere leerling verloopt dit proces op maat en resulteert het in een gewogen besluit. Betrokkenen analyseren samen de huidige situatie (waar liggen bijvoorbeeld krachten en kansen en waar risico’s?). Ze maken een transparante inschatting van de veranderbaarheid daarvan. Hiermee is een voorlopiglange termijn perspectief in te schatten, evenals wat dit betekent voor de tussendoelen taal en rekenen, werkhouding en gedrag. Benut hierbij de gunstige impact van hoge verwachtingen, zet dus niet te laag in. Bespreek welke kenmerken zodanig zijn te beïnvloeden dat die hoge doelen ook te realiseren zijn. Welke belemmerende factoren zijn te veranderen en welke stimulerende factoren zijn uit te bouwen? Ben je benieuwd naar kenmerken die relevant zijn bij deze inschatting? Lees dan het artikel “Een OPP is meer dan IQ en leerrendement” (Pameijer, 2011, te vinden op de site van Unita).

6. Doelgericht werken met een OPP: monitoren en evalueren

De school evalueertde voortgang van de OPP-leerling twee keer per schooljaar, gekoppeld aan de toets-periodes midden en einde schooljaar. Tussentijds monitort zij de ontwikkeling met methode-gebonden toetsen, observaties en gesprekken met leerling, ouders en collega’s. De school bespreekt de vorderingen met de leerling en zijn ouders in een rapport- of voortgangsgesprek, leerlingbespreking of MDO. Vragen die hierbij aan bod komen zijn onder andere:

  • Hebben we de korte termijn doelen al behaald?
  • Zitten we nog op koers richting het uitstroomperspectief?
    • Zo ja: we zijn goed bezig en gaan zo door.
    • Zo nee: hoe komt dat? Is de extra ondersteuning ingezet zoals afgesproken? Hebben we de situatie verkeerd ingeschat en te laag of te hoog ingezet? Zijn andere maatregelen nodig? Houden we vast aan de doelen en passen we onze aanpak aan? Of stellen we de doelen naar beneden of naar bovenbij?
  • Welke doelen voor taal, rekenen, werkhouding en gedrag streven we de komende periode na?
  • En hoe gaan we samenwerken om deze doelen te behalen?

Het al dan niet behalen van de korte termijn doelen beïnvloedt het lange termijn doel. Stel dat het uitstroom perspectief van een leerling VMBO-T is en dat de leerling op koers ligt met technisch lezen, begrijpend lezen en spelling, maar met rekenen nog lang niet. In plaats van af te wachten waar deze leerling met rekenen uitkomt, analyseer je de rekenontwikkeling en stel je tussendoelen. Zodra die in gevaar dreigen te komen, krijgt de leerling een aangepast rekenaanbod met extra instructie, leer- en oefentijd, zodat de rekendoelen alsnog behaald worden (intensiveren). Zijn deze doelen na meerdere rondes van intensiveren niet behaald, overweeg dan de rekendoelen bij te stellen (dispenseren). Dit gebeurt zo laat mogelijk, om de leerling zo lang mogelijk bij de groep te houden. Zodoende sluit je zo laat mogelijk bepaalde routes of stromen richting VO uit. Op een gegeven moment kan het echter nodig zijn de rekendoelen bij te stellen. Daarmee zijn succeservaringen te creëren, zonder de toekomstmogelijkheden voor de leerling in te perken.

Een OPP maakt het traject richting voortgezet (speciaal) onderwijs bespreekbaar vanuit het kader van effectieve feedback (Hattie, 2013):

  1. Feed up: welk uitstroomperspectief (lange termijn doelen) streven we na en wat betekent dit voor de tussendoelen (korte termijn)?
  2. Feed back: hoe ver zijn we al op weg met de korte termijn tussendoelen?
  3. Feed forward: wat moeten we nog meer doen om de volgende stap te halen? Wat is de aanpak voor het komende half jaar?

Doelen voor gedrag kunnen ook deel uitmaken van een OPP. De leerlijnen ‘zelfstandig werken’, ‘leren leren’ en ‘sociaal emotionele ontwikkeling’ van de CED-Groep (www.ced.nl) bieden hierbij ondersteuning. Dan komt de vraag: welk onderwijsaanbod past hij hetgeen we nastreven? De overzichten van Passende Perspectieven van het SLO (www.slo.nl) ondersteunen bij het maken van beredeneerde keuzes in het onderwijsaanbod. Deze overzichten zijn afgestemd op referentieniveaus taal en rekenen (www.taalenrekenen.nl).

In het Groeidocument van Unita is een leeg format voor een OPP opgenomen. Dit format bevat alleen de verplichte onderdelen van een OPP (par. 4).

Voor alle OPP’s geldt dat het leerkrachten, intern begeleider en ouders ondersteunt bij het doelgericht werken. Het mag niet weer een extra format worden dat veel administratie vereist. Pas dus op voor de ‘papieren tijger’. De baten (zoals het houvast en kader voor communicatie) moeten hoger zijn dan de kosten (zoals de tijd die het kost om het in te vullen en bij te houden). Verwijs daarom naar andere documenten als de vereiste informatie daar is te vinden, bijvoorbeeld het Groeidocument, het groepsplan of de week/dag-planning. kortom, voorkom herhaling en overschrijven.

7. Een OPP voor kleuters en jonge kinderen (groep 1 en 2)

Voor kleuters is de vraag naar voren gekomen hoe het OPP bij hen vorm is te geven. Hieronder staan kort de uitkomsten en de overwegingen die ten grondslag liggen aan de keuze van Unita.

De vraag is of het wenselijk is om bij kleuters al van een uitstroomniveau te spreken. Ze zijn nog zo jong dat het te vroeg is om over uitstroom naar voortgezet onderwijs te spreken. Verder is de kans groot dat een self fulfilling prophecy ontstaat. Kinderen, met name jonge kinderen en kleuters, ontwikkelen zich sprongsgewijs. Iets wat ze eerst niet wisten of konden, weten of kunnen ze even later opeens wel. Hun groeicurve is met andere woorden niet lineair.

Het ‘uitstroomniveau’ voor kleuters betreft vaak het moment van doorstromen naar groep 3.

Dit kunnen ouders, leerkrachten en IB samen bespreken door het afwegen van voor- en nadelen van verschillende opties. Een aanvullend visueel communicatiemiddel als de OPP-trap lijkt hiervoor niet direct nodig.

Bij leerlingen vanaf groep 3 tot en met 8 worden toetsen afgenomen, zoals de CITO-toets. De CITO toetsen voor kleuters zeggen iets over het niveau van de voorbereidende reken- en leesvaardigheden, maar weinig over een mogelijke uitstroom. Verder zou je, om recht te doen aan de brede kleuterontwikkeling, meer ontwikkelingsgebieden op moeten nemen. Aspecten als werkhouding, sociaal-emotionele ontwikkeling, spelontwikkeling en motoriek zijn echter lastig te relateren aan een niveau van functioneren en vertonen een brede ‘normale spreiding’.

Veel kleutermethodes bieden (een visuele weergave van) een bijbehorende registratiesysteem dat met ouders kan worden besproken: welke gebieden beheerst een kind al en waaraan wordt nog gewerkt (bijvoorbeeld de registratie van Kleuterplein). Ook een uitdraai van een ontwikkelingsvolgsysteem als KIJK!, het OntwikkelingsVolgModel of een door de school zelf ontwikkeld registratiesysteem kan visuele ondersteuning bieden in gesprekken met ouders, evenals het systeem ‘Inzichtelijk’.

Het Groeidocument blijkt minder geschikt voor het in kaart brengen van de kleuterontwikkeling. Het OPP-format van groep 3 tot en met 8 past niet goed bij de ontwikkeling van kleuters. Een ‘kleuter OPP-format’ zou wenselijk zijn. De suggestie is om bij kleuters aan te geven dat gestreefd wordt naar het niveau waarnaar 75% van de leerlingen van de betreffende school uitstroomt en te benoemen dat bij de kleuter vooral gekeken wordt naar hoe hij goed voorbereid kan worden op de overgang naar groep 3 en wat dan zijn/haar onderwijs- en opvoedingsbehoeften zijn en wat diens leerkrachten en ouders nodig hebben om dit te bieden, ofwel hun ondersteuningsbehoeften. Met andere woorden: welke extra ondersteuning heeft deze kleuter nodig om soepel de overgang naar groep 3 te maken? En wat hebben zijn/haar leerkracht(en) en ouders nodig om de kleuter hierbij te ondersteunen?

Dit is uitgewerkt in een OPP-format voor kleuters, zie www.swvunita.nl.

De OPP-trap voor leerlingen in groep 3 t/m 8

De OPP-trap is een communicatiemiddel waarmee de voortgang in een leerlingbespreking of MDO en met leerlingen en ouders is te bespreken. Dit excel-bestand is ontwikkeld door Johanneke Jongbloed – van Wijngaarden (www.opptrap.nl). Hoe werkt de OPP-trap? Voer de Cito vaardigheidsscores of functioneringsniveaus in op bladzijde 1 van het bestand. Dan zie je in welke stroom of leerroute richting voortgezet (speciaal) onderwijs de leerling globaal scoort. De trap visualiseert de leerontwikkeling tot nu toe.

De gekleurde trap ondersteunt school bij het bepalen van de korte termijn doelen taal en rekenen en het lange termijn perspectief voortgezet onderwijs. De trap brengt in kaart op welk functioneringsniveau de leerling momenteel presteert op technisch en begrijpend lezen, spelling en rekenen. Bijvoorbeeld eind groep 3 (E3), midden groep 5 (M5) of midden groep 6/eind groep 6 (M6/E6). Excel plaatst deze niveaus in de stromen richting voortgezet (speciaal) onderwijs. De trap laat zien waar de leerling nu staat en wat dit betekent voor de inschatting van het uitstroomperspectief. Hoe meer scores, hoe beter de inschatting en hoe kleiner de marges. Vanaf groep 6 is redelijk betrouwbaar vooruit te kijken: welk uitstroomperspectief is voor deze leerling wenselijk én haalbaar, gezien zijn talenten, interesses en (on)mogelijkheden? Welke functioneringsniveaus moet de leerling de komende periode behalen om in een bepaalde stroom te blijven of te komen? De onderstaande figuur toont een ingevulde OPP-trap.

Figuur: een voorbeeld van een ingevulde OPP-trap voor een leerling, eind groep 6. (klik op het figuur voor een vergroting)

Op de horizontale as staan de didactische leeftijden (maanden onderwijs, 10 per schooljaar) vanaf groep 3 tot en met groep 8 en een extra jaar in geval van doublure. Op de verticale as staan de functioneringsniveaus van midden 3 (M3) tot en met eind groep 8 (E8). In de grafiek staan de leervorderingen:

  • technisch lezen, groene lijn;
  • spelling, blauwe lijn;
  • begrijpend lezen, zwarte lijn
  • rekenen, rode lijn.

De functioneringsniveaus zijn gekoppeld aan de verschillende gekleurde stromen richting voorgezet (speciaal) onderwijs: groen is VSO cluster 3/zeer moeilijk lerend, geel is praktijkonderwijs, lichtblauw is VMBO basis, donkerblauw is VMBO kader, oranje is VMBO gemengde leerweg/theoretisch en wit is Havo/VWO.

Het voorbeeld laat zien in welke stromen de leerontwikkeling van deze leerling zich bevindt

ten tijde van eind groep 6:

  • technisch lezen (groene lijn, E6) en begrijpend lezen (zwarte lijn, E5/M6) richting VMBO theoretische/gemengde leerweg (oranje stroom);
  • spelling (donkerblauwe lijn, E5) richting VMBO basis/kader (lichtblauwe stroom);
  • rekenen (rode lijn, M4) richting praktijkonderwijs (gele stroom).

OPP trap als communicatiemiddel

Met de OPP-trap kijken betrokkenen samen vooruit: wat zijn de geplande vaardigheidsscores – met marges – voor technisch en begrijpend lezen, spelling en rekenen voor het komende half jaar (midden) en het hele schooljaar (eind)? Zijn er drie toets-momenten geweest, vanaf midden groep 4, dan kun je twee toets-momenten vooruit plannen, dus voor eind groep 4 en midden groep 5 (Keuning & Visser, 2013). Hoe verder vooruit je voorspelt, des te groter de bandbreedte van de marges. De vaardigheidsscores zijn per vak te vinden in de tabbladen onderin de OPP-trap.

De OPP-trap illustreert de leerontwikkeling. Vanaf groep 3 is de trap in het rapport op te nemen. Zo is zichtbaar waar de leerling zich bevindt. In de print teken je per vak het na te streven functioneringsniveau, bijvoorbeeld M4/E4, en omcirkel je de geplande uitstroom. Is die nog onzeker, dan kun je er twee omcirkelen, symbolisch met potlood. Daarmee geef je aan dat het nog te vroeg is voor de keuze van het type V(S)O. Bijvoorbeeld omdat het kind jong is, weinig onderwijs heeft genoten of van school wisselt.

De OPP-trap geeft niet alleen onderwijsprofessionals en ouders inzicht, het geeft ook leerlingen grip op hun leerontwikkeling:

  1. Feed up: wat is mijn doel voor de lange termijn? Naar welke middelbare school wil en kan ik? Wat moet ik voor deze school weten en kunnen (instroomeisen)? Welke korte termijn doelen horen hierbij? Gezien de huidige situatie, hoe reëel is een bepaald type voortgezet onderwijs?
  2. Feed back: waar zit ik nu, een half jaar later? Hoe ver op weg ben ik al? Kom ik steeds dichterbij mijn doel of er juist verder vanaf?
  3. Feed forward: wat is de volgende stap? Wat kan/wil/moet ik de komende periode doen om dichter bij mijn doel te komen? Hoe kunnen mijn leerkracht en ouders me ondersteunen? Kan een medeleerling misschien nog iets doen?

8. Nieuwkomers en een OPP

Tot augustus 2014 namen OPP’s een belangrijke plaats in binnen het toezicht op nieuwkomersvoorzieningen. Met de komst van Passend Onderwijs zijn OPP’s gekoppeld aan extra ondersteuning. Afhankelijk van de basisondersteuning van het samenwerkingsverband vallen nieuwkomers wel of niet onder “extra ondersteuning” en is een OPP wel of niet verplicht. Het inspectietoezicht sluit hierop aan.

Wanneer nieuwkomers onder de basisondersteuning vallen, gaat de inspectie na of er een doelgericht, plannend aanbod voor alle nieuwkomers wordt gerealiseerd passend bij het niveau/ontwikkelingstempo van deze leerlingen. De term OPP wordt echter nietmeer gebruikt

Wanneer nieuwkomers vallen onder extra ondersteuning, zoals door het SWV omschreven, is een OPP verplicht en gelden de wettelijke eisen.

Kortom (zie kader inspectie, 2017), voor nieuwkomers voor wie de basisondersteuning niet toereikend is, doet de voorziening een beroep op extra ondersteuning en stelt zij een ontwikkelingsperspectief op (art. 40a WPO). Ook hier is een cyclische aanpak van evalueren, analyseren, plannen, uitvoeren en weer evalueren, van toepassing.

9. OPP uitwisselen met BRON

Sinds augustus 2015 verplicht de Wet het reguliere onderwijs de registratie van het OPP uit te wisselen met BRON. Het betreft de ingangsdatum van het OPP en indien van toepassing de einddatum. Zodra de extra ondersteuning stopt, dan is een OPP niet meer verplicht (al kan het wel handig voor school, ouders en leerling zijn om ermee door te gaan). Indien een leerling later opnieuw ondersteuning ontvangt, moet dit opnieuw in BRON worden geregistreerd.

Krijgt een leerling op een reguliere basisschool extra ondersteuning die afwijkt van het reguliere onderwijsprogramma? Dan leg je in het ontwikkelingsperspectief vast wat het verwachte uitstroomniveau van de leerling is en welke onderwijsdoelen de leerling kan halen. Het is dus mogelijk dat je een ontwikkelingsperspectief opstelt voor leerlingen, zonder dat hier sprake is van extra ondersteuning van het samenwerkingsverband. Dat zijn bijvoorbeeld leerlingen met een eigen leerlijn of leerlingen die RT ontvangen. In dat geval dien je dit niet aan BRON door te geven en dus niet te registreren zoals hierboven aangegeven. Je kan bij deze leerlingen het ontwikkelingsperspectief in ParnasSys blijven gebruiken zoals je gewend was.

Scholen voor Speciaal Basis Onderwijs (SBO) en Speciaal Onderwijs (SO) zijn niet verplicht het OPP in BRON te registreren, omdat voor alle ingeschreven leerlingen een OPP vastgesteld moet worden binnen 6 weken na de inschrijving.

Voor meer informatie www/duo.nl/zakelijk/primair-onderwijs/leerlingenadministratie/passend-onderwijs-uitwisselen/

Hoe registreer ik met ParnasSys een OPP voor BRON?

(klik op het figuur voor een vergroting)

Zoals hierboven vermeld, is het met ingang van 1 augustus 2014 voor het regulier basisonderwijs verplicht om de registratie van het OPP uit te wisselen met BRON. Het gaat hier om de leerlingen die een OPP hebben, omdat ze extra ondersteuning nodig hebben. Voor deze leerlingen heb je ter bevestiging van de extra ondersteuning een onderwijsarrangement ontvangen van het samenwerkingsverband (zie par. 2 en 3).

Kies in ParnasSys de leerlingenkaart onderwijs→passend onderwijs→onderwijsarrangement toevoegen.

Vul het samenwerkingsverband in: PO2709 – Hilversum e.o. (“Unita” wordt niet herkend) of het nummer van een ander samenwerkingsverband als dit van toepassing is.

Begindatum: Invullen en uitwisselen met DUO
Einddatum: Hoef je niet meteen in te vullen. Vul dit in als het OPP is afgelopen en wissel daarna deze datum uit met DUO
Begeleider: Hoef je niet verplicht in te vullen

Een OPP maken binnen ParnasSys betekent niet dat je het doorgegeven hebt aan BRON. Dit vergt een aparte melding.

Het is mogelijk een OPP op te stellen voor leerlingen, zonder dat er sprake is van extra ondersteuning van het samenwerkingsverband. Denk bijvoorbeeld aan leerlingen met een eigen leerlijn of leerlingen die RT ontvangen. Dit zijn vaak leerlingen in niveau 2, zij krijgen extra interne ondersteuning, gefinancierd door het schoolbestuur (of door ouders). In dat geval dien je dit niet aan BRON door te geven en dus niet te registreren. Je kan bij deze leerlingen het ontwikkelingsperspectief in ParnasSys blijven gebruiken zoals je gewend was. Ook het OPP-format van Unita en de OPP-tral kun je benutten als dat houvast biedt.

Meer weten? Zie de website van Unita www.swvunita.nl OPP

  1. Deze notitie
  2. De kern van het OPP
  3. Handreikingen van de PO-raad: regulier onderwijs
  4. Handreikingen van de PO-raad: S(B)O
  5. Kijkwijzer OPP van Unita
  6. Artikel “Een OPP is meer dan IQ en leerrendement”
  7. Toelichting OPP-format voor kleuters.
  8. OPP uitwisselen met BRON

Zie ook: “Uitspraken van de Geschillencommissie Passend Onderwijs” www.onderwijsgeschillen.nl. Het al dan niet werken met een OPP (en het delen ervan met ouders) speelt een belangrijke rol in veel van de uitspraken.

Bijlage 1, Kader inspectie en OPP: OP1, OP2 en OP4

OP1. Aanbod Het aanbod bereidt de leerlingen voor op vervolgonderwijs en samenleving. Basiskwaliteit De school biedt een breed en op de kerndoelen gebaseerd aanbod dat ook de referentieniveaus taal en rekenen omvat en dat aansluit bij het (beoogde) niveau van alle leerlingen. Wanneer de school afwijkt van de kerndoelen en referentieniveaus, wordt dit vermeld in het ontwikkelingsperpectief van de leerling(art. 40a, vijfde lid, WPO).

OP2. Zicht op ontwikkeling en begeleiding De school volgt de ontwikkeling van haar leerlingen zodanig dat zij een ononderbroken ontwikkeling kunnen doorlopen.
Voor leerlingen met extra ondersteuningsbehoeften is er extra ondersteuning in zowel de cognitieve, als de motorische, als de sociale ontwikkeling. De extra ondersteuning is gericht op het realiseren van het ontwikkelingsperspectief.De school evalueert regelmatig of de extra ondersteuning voor die leerlingen het gewenste effect heeft en stelt zo nodig bij.

OP4. (EXTRA) ONDERSTEUNING. Leerlingen die dat nodig hebben, ontvangen extra aanbod, ondersteuning en begeleiding. Voor de leerlingen die deze extra ondersteuning nodig hebben, legt de school in het ontwikkelingsperspectief vast hoe het onderwijs wordt afgestemd op de behoefte van de leerling.Toelichting wettelijke eisen De wet vraagt dat voor leerlingen die om wat voor reden dan ook niet het beoogde eindniveau behalen door specifieke belemmerende factoren, de school het onderwijs aan de leerling daarop afstemt, de uitkomsten daarvan periodiek evalueert en bij afwijking het onderwijs bijstelt. Het bevoegd gezag stelt vervolgens, na op overeenstemming gericht overleg met de ouders, vast of een leerling extra ondersteuning nodig heeft (art. 40, derde lid, WPO). Voor die leerlingen geldt de wettelijke verplichting om een ontwikkelingsperspectief vast te stellen en minimaal eens per jaar met de ouders te evalueren (art. 40a, eerste en vierde lid, WPO). In het ontwikkelingsperspectief is informatie opgenomen over de begeleiding die de leerling wordt geboden, naar welke onderwijssoort in het voorgezet onderwijs de leerling naar verwachting uitstroomt en over de belemmerende en de bevorderende factoren die van invloed zijn op het onderwijs aan de leerling (art. 8, eerste lid en art. 40a WPO en art. 34.7 Besluit bekostiging WPO). Over het handelingsdeel van het ontwikkelingsperspectief dient overeenstemming te worden bereikt met de ouders (art. 40a, tweede lid, WPO).