Het verwijzen naar SO (Speciaal Onderwijs) is gebaseerd op kenmerken van de leerling én de context waarin hij/zij functioneert en daarmee samenhangende specifieke/extra onderwijsbehoeften die nodig zijn om de gestelde doelen voor de leerling te realiseren. Vaak is er sprake van een combinatie van factoren van kind en onderwijs.

De onderwijsbehoeften kunnen te maken hebben met instructie, benodigde leertijd, aanpassingen in opdrachten, (leer)activiteiten en leeromgeving, benodigde feedback, eigenschappen van groepsgenoten en de leerkracht. De opvoedbehoeften hangen samen met kenmerken van ouders/verzorgers, de opvoeding en specifieke ondersteuning van jeugdhulp.

Problemen met werkhouding, gedrag, sociaal-emotionele ontwikkeling, cognitie, (senso-)motoriek en gezondheid spelen een rol bij het vinden van de meest passende schoolsoort.

In het MDO (Multi Disciplinair Overleg) bespreken betrokkenen welke onderwijssetting het best aan de onderwijsdoelen en -behoeften van het kind tegemoet kan komen. Hierbij worden de voordelen én nadelen van de verschillende opties besproken en genoteerd. Wat zijn de argumenten voor én tegen handhaven op de huidige reguliere basisschool, overstappen naar een andere reguliere basisschool en verwijzen naar het SBO of SO? Voor een verwijzing naar het SO moet altijd een toelaatbaarheidsverklaring (TLV) worden aangevraagd.

Richtlijnen voor SO arrangementen

Onderstaande beschrijvingen zijn bedoeld als richtlijn voor scholen en trajectbegeleiders om wel- overwogen en in het belang van alle betrokkenen tot een gepast arrangement S(B)O te komen. Zo’n arrangement betreft ongeveer 3% van alle leerlingen in de regio met de ernstigste onderwijsbelemmeringen en de intensiefste onderwijs-zorgbehoeften. Het is expliciet niet de bedoeling eenzijdig naar de problemen van de leerling te kijken, maar juist de betreffende leerling in zijn/haar onderwijs- en opvoedingscontext te zien. Het draait om het vaststellen van SMARTI onderwijsdoelen met bijbehorende onderwijs- en opvoedingsbehoeften van de leerling en ondersteuningsbehoeften van het team (niet alleen de huidige leerkracht, maar ook diens collega’s, de IB-er en directeur) en de ouders. De mate van handelingsbekwaamheid of het ontbreken daarvan bij school en ouders spelen een belangrijke rol.

De mate van ernst en daarmee samenhangend de mate waarin een leerling beperkt wordt in zijn functioneren, bepalen de zwaarte van het arrangement. Maar het gaat om meer. Van groot belang is dat de leerling zelf actief betrokken is bij de analyse van de situatie en het formuleren van de doelen en onderwijsbehoeften: hoe denkt hij/zij over het arrangement?

Zie de Notitie “Regulier als het kan, speciaal als het moet” onder TLV.

Deze notitie beschrijft richtlijnen waarmee trajectbegeleiders, scholen, ouders, leerlingen en externe deskundigen gezamenlijk een transparante keuze kunnen maken uit de volgende arrangementen:

–       Regulier onderwijs + een onderwijs- en/of jeugdhulparrangement (OJA)

–       Speciaal Basis Onderwijs (SBO)

–       Speciaal Onderwijs (SO)

De algemene richtlijnen betreffen alle typen arrangementen. Daarnaast zijn per type arrangement een aantal specifieke aandachtspunten toegevoegd. In alle gevallen staat het belang van de leerling centraal, evenals het streven van SWV Unita: Passend onderwijs voor alle leerlingen.

Arrangementen Speciaal Onderwijs

Een TLV Speciaal Onderwijs is gebaseerd op een combinatie van vastgestelde kind-kenmerken en daaruit voortvloeiende onderwijsbehoeften van de leerling in relatie tot de gestelde doelen voor de betreffende leerling. De leerling heeft dit intensieve arrangement nodig om zijn doelen in het ontwikkelingsperspectief te kunnen behalen.

Accenten voor Speciaal onderwijs cluster 3

Voor cluster 3 moet  er sprake zijn van ernstige cognitieve en/of lichamelijke belemmeringen. De grote leer- en ontwikkelingsachterstanden, het ontbreken van algemene leervoorwaarden en de zeer geringe sociale redzaamheid vergen een voortdurende/continue begeleiding van de leerling door de leerkracht en andere professionals. Nieuwe vaardigheden moeten worden aangeleerd vanuit concrete ervaring en moeten aansluiten bij de belevingswereld van de leerling. De leerling heeft altijd voor- en verlengde instructie nodig in zeer kleine stappen volgens een vast stappenplan en met continue sturing en zeer veel en voortdurende en blijvende herhaling.

Bijkomende onderwijsbehoeften liggen op het vlak van sociaal functioneren en hangen samen met een ontwikkelingsstoornis. Daarbij kan de intensiteit van de noodzakelijke begeleiding de gemiddelde groepsgrootte in SO overschrijden of een onderwijs-zorgarrangement noodzakelijk maken.

Lichamelijke belemmeringen zijn gebaseerd op een gediagnosticeerd ziektebeeld of fysieke beperking. De leerling is afhankelijk van gespecialiseerde (medische) zorg, continu of meerdere keren per dag (ook onder schooltijd). Een aangepaste leeromgeving is noodzakelijk wat betreft ruimte, bed, verschoningsruimte, hygiëne, veiligheid en/of medicijngebruik. Zonder noodzakelijke (technische) aanpassingen is het volgen van onderwijs voor deze leerling niet mogelijk. Voor ontwikkeling is behoefte aan therapie (bijvoorbeeld fysio- of ergotherapie of logopedie) in een grote frequentie en intensiteit. De leerling is onvoldoende zelfredzaam en is afhankelijk van de hulp van volwassenen in de onderwijsleeromgeving.

Zie de School Ondersteuningsprofielen van de scholen voor SO cluster 3 ZML en Mytyl.

In SO cluster 3 zijn scholen voor Zeer Moeilijk Lerende kinderen (ZML, ernstige cognitieve beperkingen) te vinden en een school voor Mytyl (ernstige lichamelijke beperkingen).

Scholen voor Speciaal Onderwijs cluster 3 in SWV Unita:

  • Klimopschool te Hilversum (ZML)
  • Mozarthof te Hilversum (ZML)
  • De Trappenberg te Huizen (Mytyl)

Accenten voor Speciaal onderwijs cluster 4

Leerlingen die een arrangement SO4 nodig hebben, hebben meestal ernstige gedrags- en/of emotionele problematiek. Deze problematiek is zodanig dat het de leerling ernstig beperkt in zijn/haar functioneren (zie richtlijnen voor alle arrangementen, paragraaf 2). De leerling veroorzaakt een situatie (vaak door angst gestuurd) waarin de veiligheid voor hem/haar zelf, de medeleerlingen en/of medewerkers van de school in gevaar komt. Het leerproces wordt door dit gedrag negatief beïnvloed voor zowel de leerling als voor de medeleerlingen. De leerling heeft dus structureel intensieve en specialistische ondersteuning en expertise nodig op het gebied van gedrags- en emotieregulering, gedragsverandering en het preventief inrichten en begeleiden van de sociale omgeving. Een integraal OJA is meestal nodig, om leerbaarheid bij de leerling (en zijn opvoeders) opgang te brengen.

Zie de School Ondersteuningsprofielen van de scholen voor SO cluster 4: Donnerschool.

School voor Speciaal Onderwijs cluster 4 in SWV Unita:

  • J.H. Donnerschool te Hilversum
  • Elan Primair te Huizen