Notitie: Ontwikkelingsperspectief voor kleuters binnen SWV Unita

Voor een leerling waarvoor extra ondersteuning (bovenop de basisondersteuning) is aangevraagd bij Samenwerkingsverband Unita, is het wettelijk verplicht om een ontwikkelingsperspectief op te stellen. Voor leerlingen van groep 3 tot en met groep 8 wordt hierbij vaak gebruik gemaakt van de OPP-trap en een aanvullend format om het ontwikkelingsperspectief vorm te geven. Voor kleuters is de vraag naar voren gekomen hoe het ontwikkelingsperspectief bij hen vorm kan krijgen. Hieronder zijn de uitkomsten en de overwegingen die eraan ten grondslag liggen weergegeven.

Meer informatie

Ga direct naar:

Kleuter OPP-trap, ja of nee?

De OPP-trap voor leerlingen van groep 3 tot en met groep 8 geeft stromen van voortgezet onderwijs weer. Prestaties van de leerling worden gerelateerd aan een uitstroomniveau. De vraag is of het wenselijk is om bij kleuters al van een uitstroomniveau te spreken. Ze zijn nog zo jong dat het te vroeg is om over uitstroom naar voortgezet onderwijs te spreken. Verder is de kans is ook groot dat er dan sprake gaat zijn van een self fulfilling prophecy. Wanneer een kleuter bijvoorbeeld een IQ van 70 blijkt te hebben en er direct gericht wordt op een uitstroom praktijkonderwijs, wordt geen rekening gehouden met de onbetrouwbaarheid van het IQ bij jonge kinderen, de momentopname en de kans dat het kind zich nog verder kan ontwikkelen. Het is belangrijk om bij alle leerlingen zo lang mogelijk hoog (maar haalbaar) in te zetten en gebruik te maken van convergente differentiatie. Hiermee wordt de self fulfilling prophecy tegen gegaan.

Kinderen, maar met name jonge kinderen en kleuters ontwikkelen zich sprongsgewijs. Iets wat ze eerst niet konden, kunnen ze even later opeens wel. Hun groeicurve qua ontwikkeling is niet lineair. Met een lineaire OPP-trap doe je hier geen recht aan.

Verder wordt bij leerlingen vanaf groep 3 tot en met 8 altijd de CITO-toets afgenomen. Deze vormen een doorgaande lijn en kunnen daarmee (globaal!) iets zeggen over waar het kind op dit moment presteert. De vraag is wat je bij kleuters in de trap zou moeten zetten. De CITO toetsen voor kleuters zeggen iets over het niveau van voorbereidende reken- en leesvaardigheid, maar weinig over mogelijke uitstroom. Verder zou je, om recht te doen aan de brede kleuterontwikkeling, meer ontwikkelingsgebieden in je instrument op moeten nemen. Aspecten als werkhouding, sociaal-emotionele ontwikkeling, spelontwikkeling en motoriek zijn echter lastig te relateren aan een niveau van functioneren en vertonen een brede ‘normale spreiding’.

Kleuters zijn jong, ontwikkelen zich sprongsgewijs en uitstroom na groep 8 is hier nog niet aan de orde. Concluderend wordt gesteld dat een OPP-trap voor kleuters, gerelateerd aan uitstroom, niet wenselijk en haalbaar is. Vervolgens is overwogen of een communicatiemiddel voor bijvoorbeeld het klaar zijn voor groep 3 iets is wat nodig is (zie volgende alinea).

Andere visuele ondersteuning?

Veel kleutermethodes bieden (een visuele weergave van) het bijbehorende registratiesysteem dat met ouders kan worden besproken: welke gebieden beheerst een kind en waaraan wordt nog gewerkt (bijvoorbeeld de registratie van Kleuterplein). Ook kan bijvoorbeeld een uitdraai van een ontwikkelingsvolgsysteem als KIJK!, het OntwikkelingsVolgModel of een door de school zelf ontwikkeld registratiesysteem als visuele ondersteuning gebruikt worden in gesprekken met ouders. Hiermee bestaat er al de mogelijkheid voor visuele ondersteuning in gesprekken met ouders van kleuters.

De OPP-trap voor kinderen vanaf groep 3 is ontstaan vanuit de behoefte aan visuele ondersteuning in de communicatie over het uitstroomperspectief van een leerling. Het ‘uitstroomniveau’ voor kleuters betreft vaak het moment van doorstromen naar groep 3. Dit kunnen ouders, leerkrachten en IB samen bespreken door het afwegen van voor- en nadelen van verschillende opties. Een aanvullend visueel communicatiemiddel hiervoor lijkt dus niet direct nodig.

Daarnaast zou het de vraag zijn wat er in een dergelijk middel zou moeten komen op basis van welke informatie. De gebieden voorbereidend rekenen en taal/lezen zijn van belang, maar op basis van welke informatie? De informatie van de kleuter citotoetsen geeft niet altijd een volledig beeld, met name bij de leerlingen die op een lager niveau presteren. Verder zijn zaken als spelontwikkeling, motoriek, werkhouding en sociaal-emotionele ontwikkeling lastig meetbaar en wanneer zijn deze goed genoeg om door te gaan naar groep 3? Hier is geen duidelijke norm voor die wel nodig zou zijn in een communicatiemiddel. Verder merken we in de praktijk, met name bij ‘zwakkere leerlingen’ dat ze ‘volgens de feiten’ niet toe zijn aan een overgang naar groep 3, maar dat ze toch naar groep 3 moeten gaan, omdat ze van dat aanbod meer kunnen profiteren dan van een extra kleuterjaar. Daarnaast is er in de periode van groep 3 tot en met groep 8 ruimte om te intensiveren (instructie-, leer- en oefentijd uitbreiden) en om eventueel de leertijd verhogen door een extra jaar te bieden.  Daarbij moet altijd goed worden afgewogen of dit wel is wat een kind nodig heeft, gezien de nadelen die vaak aan een doublure kleven (zie het artikel over Doublure op de site van Unita).

Concluderend wordt, op basis van de bovenstaande overwegingen, gesteld dat een OPP-trap voor kleuters of een ander, aanvullend communicatiemiddel voor kleuters niet wenselijk noch haalbaar is. Wat wel in het veld naar voren komt is dat, ten eerste, het groeidocument zich op onderdelen minder goed leent voor het in kaart brengen van de kleuterontwikkeling. Ten tweede is het format wat er is voor het OPP van groep 3 tot en met 8 minder geschikt voor kleuters.  Een ‘kleuter OPP-format’ zou wenselijk zijn.

Groeidocument

In het groeidocument worden vragen gesteld over diverse aspecten van de ontwikkeling van een leerling. Een aantal vragen sluit minder goed aan bij kleuters. Daarom is gekeken welke indeling voor kleuters wenselijk zou zijn. Overwogen is om een aantal categorieën in het groeidocument voor een kleuter aan te passen. Nadeel is dat er dan twee groeidocumenten zouden moeten komen, wat extra kosten met zich meebrengt en waarbij ook goed gekeken moet worden hoe het ‘doorlopend’ kan worden gebruikt wanneer een kleuter door gaat naar groep 3. Daarom is gekeken naar andere mogelijkheden. Het eerste is om te werken met een losse ‘inspiratielijst’ (zie bijlage). Het nadeel is dat dit een extra document is wat ‘erbij gepakt moet worden’ tijdens het invullen. Een andere optie, die de voorkeur heeft, is dat er toevoegingen gedaan worden aan de tekst in het groeidocument, namelijk de volgende:

  • Na vraag 5 (m.b.t. bijlagen) zou kunnen worden toegevoegd: “Voeg bij kleuters zo mogelijk een uitdraai toe van bijvoorbeeld het observatiesysteem van de gebruikte lesmethode, een uitdraai van KIJK!, het OntwikkelingsVolgModel, een door de school zelf ontwikkeld registratiesysteem, enzovoorts.”
  • Bij Categorie A zou kunnen worden toegevoegd: “Denk bij kleuters aan: Taal/lezen (Praten en luisteren, verhalen, klanken en letters, schrijven en tekenen, woordenschat), Rekenen (Tellen en rekenen, meten en wegen, ruimte en vormen, tijd), Spelontwikkeling (Experimenteerspel, symbolisch spel, rollenspel, alleen / samen spelen), Spraak-taal ontwikkeling”.
  • Bij Categorie D zou kunnen worden toegevoegd: “Denkbij kleuters aan zelfstandigheid”.

Wanneer dit te veel informatie blijkt te zijn (met name bij categorie A), zou kunnen overwogen worden aan het toevoegen van een categorie ‘overig’ bij de stimulerende en belemmerende factoren, waar specifieke kleuterinformatie in zou kunnen worden gezet.

OPP-format voor kleuters

Wettelijk gezien moeten in een ontwikkelingsperspectief de volgende onderdelen staan (Brochure PO-raad, zie www.poraad.nl). Dit geldt dus ook voor een kleuter-OPP:

  • Verwachte uitstroombestemming (type VO of VSO).
  • Onderbouwing van de verwachte uitstroombestemming, met minimaal een beschrijving van de stimulerende en belemmerende factoren in de ontwikkeling van de leerling.
  • Het aanbod dat wordt geboden om de doelen te bereiken, voor zover dat afwijkend is van het aanbod voor de groep of een subgroep (zoals in een groepsplan beschreven).
  • Evaluatie van de doelen en eventueel het aangepaste aanbod.

Zoals hierboven beschreven is het eerste punt (verwachte uitstroombestemming) bij kleuters eigenlijk onwenselijk. De suggestie is om daarom bij kleuters aan te geven dat gestreefd wordt naar het niveau waarnaar 75% van de leerlingen van de betreffende school uitstroomt en te benoemen dat bij de kleuter vooral gekeken wordt naar hoe hij goed voorbereid kan worden op de overgang naar groep 3 en wat de onderwijs-, opvoedings- en ondersteuningsbehoeften zijn. Met andere woorden: wat heeft deze leerling nodig om soepel de overgang naar groep 3 te maken? En wat hebben zijn/haar leerkracht(en) en ouders nodig om de kleuter hierbij te ondersteunen?

Dit alles is uitgewerkt in een format voor een OPP voor een kleuter. Let hierbij op het volgende:

  • Het is belangrijk dat het OPP de betrokkenen (leerkrachten, intern begeleider en ouders) ondersteunt en niet ‘weer een extra format met een hoop administratie’ wordt dat moet worden ingevuld.
  • Verwijs naar andere documenten als daar de betreffende informatie al in genoemd staat, bijvoorbeeld het groeidocument of het groepsplan. Voorkom daarmee herhaling en overschrijven.

Bijlage: Inspiratielijst bij invullen groeidocument voor een kleuter

In de kleuterontwikkeling staan andere aspecten van de ontwikkeling op de voorgrond dan in de ontwikkeling van kinderen vanaf groep 3. Wanneer een groeidocument voor een kleuter wordt ingevuld, kan onderstaand lijstje als hulpmiddel worden gebruikt om te denken aan de kleuter-specifieke aspecten van de ontwikkeling en deze te beschrijven.

Bijlage

Voeg bij kleuters zo mogelijk een uitdraai toe van bijvoorbeeld het observatiesysteem van de gebruikte lesmethode, een uitdraai van KIJK!, een uitdraai van het OntwikkelingsVolgModel of een eigen ontwikkeld registratiesysteem.”

Categorie B. Cognitieve ontwikkeling

Denk bij de stimulerende / belemmerende factoren aan…

  • Taal / lezen:
    • Praten en luisteren
    • Verhalen
    • Klanken en letters
    • Schrijven en tekenen
    • Woordenschat
  • Rekenen:
    • Tellen en rekenen
    • Meten en wegen
    • Ruimte en vormen
    • Tijd
  • Spelontwikkeling
    • Experimenteerspel
    • Symbolisch spel
    • Rollenspel
    • Allen / samen spelen
  • Spraak-taal ontwikkeling

Categorie D. Sociaal-emotionele ontwikkeling en gedrag (op school en thuis)

Denk bij de stimulerende / belemmerende factoren aan…

  • Zelfstandigheid