Samenvatting

Gemeenten kennen een eigen route voor kinderen met een vermoeden van ernstige enkelvoudige dyslexie (EED). In sommige situaties kan, wanneer een kind net niet in aanmerking komt voor de dyslexiezorg via de gemeente, een beroep worden gedaan op SWV Unita voor dyslexieonderzoek.

Een hulpvraag met betrekking tot dyslexieonderzoek aan Unita wordt gescreend door een coördinator dyslexie. Zij screent het Groeidocument (GD) en bepaalt of de leerling in aanmerking komt voor verder onderzoek door SWV Unita. Als dit het geval is, zal een orthopedagoog of psycholoog van Unita als trajectbegeleider worden toegewezen. In een MDO met ouders, school en de trajectbegeleider van Unita zullen de vervolgstappen worden bepaald.

Wanneer blijkt dat een leerling niet in aanmerking komt voor dyslexieonderzoek via Unita zal de coördinator dyslexie dit terugkoppelen aan de intern begeleider met adviezen voor school.

Om voor dyslexieonderzoek bij SWV Unita in aanmerking te komen is het noodzakelijk dat een leerling ondersteuning heeft gehad op ondersteuningsniveau/zorgniveau 1, 2 en 3 van het continuüm van zorg. De ondersteuning is nodig om een uitspraak te kunnen doen over de didactische resistentie, de hardnekkigheid van de lees-/spellingproblematiek.

In het pdf-document hiernaast wordt een concrete uitwerking gegeven van de manier waarop de school het ondersteuningsniveau 2 en 3 moet vormgeven om een vermoeden van dyslexie goed te kunnen onderbouwen.

Aanvraag

Wanneer je vooraf wilt overleggen of onderzoek via Unita de passende weg, stuur je je vraag per mail aan dyslexie@swvunita.nl. Is duidelijk dat een onderzoek kan worden aangevraagd bij Unita, dan doe je dat via het Groeidocument. Je vult alleen onderdeel 1A en 1D in; de overige onderdelen komen aan bod in de vragenlijsten. In de bijlagen zijn de volgende gegevens te vinden:

  • Compleet leerlingvolgsysteem vanaf groep 3
  • Groepsplannen en groepsoverzicht
  • Vragenlijst voor school
  • Vragenlijst voor ouders
  • Formulier kindgesprek


Dyslexiebeleid samenwerkingsverband Unita

In dit document wordt het dyslexiebeleid van SWV Unita toegelicht. De volgende onderwerpen komen aan bod:

  1. Signalering en basisondersteuning
  2. Onvoldoende resultaat na het doorlopen van zorgniveau 1, 2 en 3
  3. Routes dyslexieonderzoek

 

1.     Signalering en basisondersteuning

Goed kunnen lezen en spellen is belangrijk om te kunnen functioneren in onze geletterde maatschappij. Het zijn basisvaardigheden die leerlingen zich door middel van gerichte instructie eigen moeten maken. De meeste leerlingen lukt dat snel en zonder al te veel moeite.

Sommige leerlingen hebben echter moeite met het doorgronden van het lees- en spellingproces. De basisscholen die vallen onder Samenwerkingsverband (SWV) Unita hebben als taak goed lees- en spellingonderwijs te bieden aan alle leerlingen met ieder hun eigen onderwijsbehoeften. Signaleren en begeleiden van leerlingen met lees- en spellingproblemen en dyslexie vallen onder de basisondersteuning van de school.

Lees- en spellingproblemen dienen in een vroeg stadium te worden gesignaleerd en bij een achterstand dient intensieve begeleiding te worden geboden. Geprotocolleerd handelen helpt de leerkracht om te gaan met verschillen in leer- en onderwijsbehoeften en doelgericht te werken aan lees- en spellingonderwijs. Dit sluit aan bij het continuüm van zorg op het gebied van lezen, leesproblemen en dyslexie zoals vermeld in de protocollen ‘Leesproblemen en dyslexie’ (Scheltinga, Gijsel, Van Druenen & Verhoeven, 2015). Het continuüm gaat uit van 4 zorgniveaus:

Zorgniveau 1

De basis is goed lees- en spellingonderwijs in groepsverband. Het gaat hier om de kwaliteit van het instructiegedrag en klassenmanagement, de juiste invoering van effectieve methodes en het gebruik van het leerlingvolgsysteem.

Zorgniveau 2

Wanneer een leerling onvoldoende profiteert van het basisaanbod op zorgniveau 1, wordt het lees- en spellingonderwijs voor deze leerling geïntensiveerd door het uitbreiden van de instructie- en oefentijd (zorgniveau 2). De leerkracht maakt hierbij gebruik van de aanvullende materialen uit de lees- en spellingmethode, eventueel met materiaal uit andere methodes. De instructie bestaat uit kleinere stappen, extra feedback en gelegenheid tot extra verwerking. Alleen herhaling van de algemene instructie is dus niet voldoende. Het doel van de extra ondersteuning op zorgniveau 2 is dat de leerling de aansluiting met de methode, en daarmee met de groep, kan behouden.

Zorgniveau 3

Wanneer zorgniveau 1 en 2 er niet toe leiden dat de leerling het tempo van de groep kan bijhouden, maar zijn lees- en/of spellingontwikkeling stagneert, worden meer specifieke interventies geboden (zorgniveau 3). Specifiek houdt in dit geval in dat de gekozen interventie past bij de leerling en diens onderwijsbehoeften en is afgestemd op hiaten in diens lees- en spellingontwikkeling. Om dit helder te krijgen kan een nadere lees- of spellinganalyse door de school nodig zijn. De specifieke interventie is dus bewust gericht op juist die elementen in het lees- en spellingproces waar de leerling laat zien moeite mee te hebben. Het kan nodig zijn om voor elke leerling een andere keuze te maken uit de beschikbare aanpakken: zorgniveau 3 is een zoektocht naar de juiste aanpak voor precies die ene leerling. Kinderen met dezelfde onderwijsbehoeften kunnen vervolgens samen in een groepje worden geplaatst. De leertijd wordt met minimaal één uur per week uitgebreid, waarbij drie keer per week 20 minuten als richtlijn geldt.

Gestapelde zorg

Het onderwijscontinuüm gaat uit van gestapelde ondersteuning. Dit houdt in dat de ondersteuning op zorgniveau 1 en 2 ook blijft doorgaan wanneer ondersteuning op zorgniveau 3 wordt geboden.

Basisondersteuning

De basisscholen zijn verantwoordelijk voor de invulling van de zorgniveaus 1, 2 en 3: deze vallen onder de basisondersteuning.

Voor meer informatie over de invulling van zorgniveau 2 en 3 verwijzen we naar het document ‘Handreiking voor de invulling van ondersteuningsniveau 2 en 3 bij het vermoeden van Ernstige Enkelvoudige Dyslexie, versie 2.0’ (NKD & Expertisecentrum Nederlands).

2.     Onvoldoende resultaat na het doorlopen van zorgniveau 1, 2 en 3

Het kan gebeuren dat de leerling onvoldoende profiteert van de geboden hulp die de school geboden heeft op zorgniveau 1, 2 en 3. Voor deze leerlingen zijn er afhankelijk van de mate van achterstand en de onderwijsbehoeften een aantal vervolgstappen mogelijk:

Zorgniveau 4 volgens continuüm van zorg (route via gemeente)

Wanneer de school vermoedt dat een leerling in aanmerking komt voor ondersteuning op zorgniveau 4 (vergoede zorg), kunnen school en ouders de leerling/hun kind aanmelden bij de gemeente waar het kind woonachtig is. Wanneer tijdens dit traject blijkt dat er bij de leerling sprake is van Ernstige Enkelvoudige Dyslexie, heeft de leerling recht op een gespecialiseerde dyslexiebehandeling, vergoed door de gemeente. Zie de website van de gemeente waarin het kind woonachtig is voor de bijbehorende criteria.

Ambulatorium Lezen SWV Unita

Het Ambulatorium Lezen is bedoeld voor leerlingen vanaf groep 4 met ernstige leesproblemen in combinatie met belemmerende factoren op andere gebieden, bijvoorbeeld gedrag, werkhouding en concentratie. Een leerling komt in aanmerking voor het Ambulatorium Lezen als blijkt dat de begeleiding die de school op zorgniveau 2 en 3 heeft geboden (in groepsverband, maximaal 4 leerlingen), onvoldoende effectief is vanwege de belemmerende factoren van de leerling. De begeleiding bestaat uit 2 blokken van 16 begeleidingsmomenten van 50 minuten (1 of 2 keer per week) onder schooltijd. De begeleiding is individueel en wordt afgestemd op het leesprobleem van de leerling waarbij er veel aandacht is voor het leesplezier en de leesmotivatie. De aanvraag voor plaatsing verloopt via het groeidocument.

Taalgroep SWV Unita

De Taalgroep is bedoeld voor leerlingen uit de groepen 4, 5 en 6 met ernstige lees- en/of spellingproblemen die zijn vastgelopen of dreigen vast te lopen in het reguliere onderwijsleerproces, ondanks extra interventie volgens het protocol ‘Leesproblemen en dyslexie’. Veelal lezen en spellen deze leerlingen niet meer vergelijkbaar met de andere kinderen van de eigen groep. Er is sprake van ernstige handelingsverlegenheid bij de leerkracht en leerling. Leerlingen komen 3 dagen per week naar de Taalgroep (dinsdag, woensdag en donderdag). De andere twee dagen (maandag en vrijdag) zijn zij op de eigen school. De plaatsing is tijdelijk voor de duur van maximaal één jaar. De aanvraag voor plaatsing verloopt via het groeidocument.

Dyslexieonderzoek SWV Unita

SWV Unita kan in een aantal gevallen dyslexieonderzoek uitvoeren voor leerlingen die niet in aanmerking komen voor zorgniveau 4 via de gemeente, maar waarbij wel een vermoeden bestaat van dyslexie. Zij komen niet in aanmerking voor de route via de gemeente, omdat:

  • Er naast het vermoeden van dyslexie ook sprake is van andere belemmerende factoren (bijvoorbeeld concentratie- of aandachtsproblemen of andere gedragsproblemen) welke een eventuele dyslexiebehandeling op zorgniveau 4 in de weg
  • De zwakke prestaties op het gebied van lezen en spellen nét niet binnen de gestelde criteria van zorgniveau 4 vallen. Er kan dan sprake zijn van een lichtere vorm van

Criteria

Bij de diagnostiek van dyslexie houdt SWV Unita zich aan de criteria, zoals bepaald door de beroepsverenigingen NIP, NVO en Stichting Dyslexie Nederland (SDN). De psychologen/orthopedagogen die als trajectbegeleider voor Unita werken moeten zich houden aan de recente richtlijnen en criteria. Daarnaast werken we binnen Unita handelingsgericht. Dit blijft dus altijd het uitgangspunt, ook bij de keuze om wel of geen trajectbegeleider toe te wijzen voor het eventueel uitvoeren van dyslexieonderzoek. De vraag die hierbij centraal staat is: wat heeft deze leerling op dit moment nodig voor zijn/haar lees- en spellingontwikkeling en wat voegt een eventuele diagnose dyslexie op dit moment toe? Het kan daarom voorkomen dat de coördinatoren dyslexie tot de conclusie komen dat dyslexieonderzoek op dit moment niet passend is, ondanks dat een leerling na een periode van intensieve hulp een significante achterstand heeft op lezen en/of spelling.

Zie voor de overige criteria paragraaf 3 ‘routes dyslexieonderzoek’: route 2 en 3’.

Voor dit arrangement zijn twee coördinatoren dyslexie aangesteld. Zij:

  • hebben een poortwachtersfunctie: screenen groeidocumenten met bijlagen van leerlingen met een vermoeden van dyslexie en bepalen of er een trajectbegeleider (psycholoog/orthopedagoog) wordt toegewezen voor het zo nodig uitvoeren van dyslexieonderzoek.
  • zijn het aanspreekpunt voor psychologen, orthopedagogen, trajectbegeleiders, pooldeskundigen en intern begeleiders bij vragen omtrent
  • bewerkstelligen onderlinge afstemming over criteria en onderzoeksmiddelen onder de orthopedagogen en
  • adviseren het Ambulatorium Lezen en de Taalgroep van SWV
  • adviseren het loket bij vragen omtrent lees- en spellingproblemen en

3.     Routes dyslexieonderzoek

Samenvattend wordt in het dyslexiebeleid van SWV Unita onderscheid gemaakt tussen drie type leerlingen met een vermoeden van dyslexie. Hieraan zijn ‘dyslexieroutes’ gekoppeld:

  1. Leerlingen met een vermoeden van EED (zorgniveau 4 volgens continuüm van zorg)
  2. Leerlingen met een vermoeden van een lichtere vorm van dyslexie
  3. Leerlingen met andere belemmerende factoren die de basisondersteuning van de school overstijgen (bijvoorbeeld aandacht, concentratie, gedrag) én een vermoeden van dyslexie

Vanuit SWV Unita kunnen de coördinatoren dyslexie meedenken over welke zorg-/onderzoeksroute passend is voor een leerling. Als scholen vragen hebben over een leerling waarbij er een vermoeden van dyslexie bestaat, kunnen zij contact opnemen met de coördinatoren dyslexie.

Ongeacht het oordeel van de ‘coördinatoren dyslexie’ over of een leerling wel of niet in aanmerking komt voor dyslexieonderzoek door SWV Unita, is het advies voor school om zodra er een achterstand op technisch lezen en/of spelling geconstateerd wordt, direct extra ondersteuning te bieden en hiermee door te gaan gedurende welke vervolgstappen dan ook. Leerlingen met lees- en/of spellingproblemen hebben namelijk dezelfde aanpak en ondersteuning nodig als kinderen met dyslexie. Hoe eerder deze ondersteuning geboden wordt, hoe beter.

Hieronder worden de verschillende groepen verder toegelicht. Voor een overzicht van de verschillende dyslexieroutes met bijhorend stappenplan wordt verwezen naar de ‘Routebeschrijving Dyslexieonderzoek 2.0’.

1.  Leerlingen met een vermoeden van EED

Bij een vermoeden van EED start het diagnostiek- en behandeltraject bij de gemeente/zorg. De school meldt deze leerlingen dus niet aan bij het samenwerkingsverband.

Vanuit SWV Unita wordt de service geboden om indien nodig met de intern begeleider mee te denken als er twijfels zijn over of een leerling in aanmerking komt voor diagnostiek en behandeling van EED. De intern begeleider kan dan contact opnemen met de coördinatoren dyslexie. Als blijkt dat de leerling in aanmerking lijkt te komen voor een diagnostiek- en behandeltraject van EED bij de gemeente/zorg, dan kan de leerling door school en ouders worden aangemeld bij de gemeente. Als de leerling niet in aanmerking komt voor de route EED, dan kunnen de coördinatoren dyslexie met de intern begeleider meedenken over welke route wel passend is of welke extra ondersteuning de leerkracht en/of leesspecialist binnen de school kunnen bieden.

Zie de paarse route in de ‘Routebeschrijving Dyslexieonderzoek’ voor leerlingen met een vermoeden van EED.

Voorbeeld A: Lieke valt op school al langere tijd op vanwege haar zwakke technisch leesniveau. Zij heeft nu bij de halfjaarlijkse meetmomenten voor de derde keer op rij een E- score (niveau V-) behaald op de DMT, ondanks de intensieve begeleiding op zorgniveau 2 en 3 volgens het protocol Leesproblemen en Dyslexie. Op spelling en de meer inzichtelijke vakken, begrijpend lezen en rekenen, behaalt Lieke gemiddelde tot bovengemiddelde scores. De intern begeleider kent de richtlijnen van de aanmelding voor de vergoede dyslexiezorg bij de gemeente en besluit, in samenwerking met ouders, om Lieke aan te melden bij de gemeente vanwege een vermoeden van EED.

Voorbeeld B: Robin heeft een grote achterstand op spelling en ook technisch lezen gaat moeizaam. Robin heeft daarom intensieve begeleiding gehad op zorgniveau 2 en 3 volgens het protocol Leesproblemen en Dyslexie. Robin heeft ondanks deze begeleiding nauwelijks vooruitgang laten zien. Op spelling heeft hij drie keer achter elkaar een E-score (niveau V-) en op lezen drie keer achter elkaar een D-score behaald. De intern begeleider neemt contact op met de coördinatoren dyslexie voor advies en besluit na dit overleg om, in samenwerking met ouders, Robin aan te melden bij de gemeente vanwege een vermoeden van EED.

2.  Leerlingen met een vermoeden van een lichtere vorm van dyslexie

Wanneer de coördinatoren dyslexie concluderen dat een leerling in aanmerking lijkt te komen voor verder onderzoek door SWV Unita, wordt door het loket een trajectbegeleider (psycholoog/orthopedagoog) toegewezen die het onderzoek uit kan voeren. De trajectbegeleider zal uiteindelijk op basis van de gegevens uit het groeidocument en een MDO bepalen of dyslexieonderzoek door SWV Unita wenselijk en noodzakelijk is.

Mocht er onvoldoende aanleiding zijn voor verder dyslexieonderzoek, dan zal de trajectbegeleider in het MDO meedenken over de onderwijsbehoeften van de leerling en waar mogelijk handelingsadviezen bespreken of meedenken over eventuele andere vervolgstappen.

Indien een leerling in aanmerking komt voor dyslexieonderzoek, wordt dit onderzoek uitgevoerd door de psycholoog/orthopedagoog. De manier waarop de psycholoog/orthopedagoog het onderzoek verricht (de onderzoeksvragen beantwoordt) is conform de meest recente richtlijnen van de SDN en het beleid van SWV Unita. De uitkomsten hiervan worden besproken met de Registerpsycholoog NIP/Kinder & Jeugd van SWV Unita die eindverantwoordelijk en bevoegd is voor het afgeven van de dyslexieverklaringen voor leerlingen van scholen die vallen onder SWV Unita. Het is mogelijk dat na onderzoek blijkt dat er geen sprake is van dyslexie. Vanuit het onderzoek volgen dan wel handelingsadviezen.

Uit onderzoek kan ook blijken dat er wel sprake is van dyslexie. Bij deze laatste uitkomst zal de leerling, naast de handelingsadviezen voor school en ouders, een dyslexieverklaring krijgen.

Zie de oranje route in de ‘Routebeschrijving Dyslexieonderzoek’ voor leerlingen met een vermoeden van een lichtere vorm van dyslexie.

Voorbeeld: Tim zit in groep 6 en zijn leerkracht en ouders maken zich zorgen om de achterstand op technisch lezen. Tim begint last te krijgen van zijn leesproblemen: hij begint de moed te verliezen en wordt er onzeker van. Tim heeft sinds een jaar extra hulp op school, het eerste half jaar op zorgniveau 2 en daarna op zorgniveau 3 volgens het protocol Leesproblemen en dyslexie. Ouders hebben daarnaast thuis ook veel met Tim gelezen.

Sterke kanten van Tim zijn onder andere zijn grote woordenschat en het helder en begrijpelijk onder woorden kunnen brengen van zijn gedachten.

Uit het leerlingvolgsysteem blijken de volgende scores: technisch lezen (DMT) V- (was eerder V en IV), spelling III, rekenen I, begrijpend lezen II. De achterstand op technisch lezen (DMT) en spelling (citotoetsen) is niet ernstig genoeg om Tim aan te melden voor de vergoede dyslexiezorg via de gemeente. School en ouders verzamelen de gegevens die noodzakelijk zijn voor aanmelding bij SWV Unita en melden Tim via het groeidocument aan met de vraag of er sprake is van dyslexie. De coördinatoren dyslexie screenen het binnengekomen groeidocument en concluderen dat er aanleiding lijkt te zijn voor dyslexieonderzoek door SWV Unita. Er wordt een orthopedagoog/psycholoog toegewezen als trajectbegeleider en er volgt een MDO met de ouders, leerkracht, intern begeleider en trajectbegeleider waarin gezamenlijk wordt geconcludeerd dat dyslexieonderzoek wenselijk en noodzakelijk is voor Tim. Het onderzoek wordt uitgevoerd door de orthopedagoog/psycholoog. De uitkomsten worden besproken met de Registerpsycholoog NIP/Kinder & Jeugd. Naar aanleiding van het onderzoek en het overleg met de Registerpsycholoog NIP/Kinder & Jeugd wordt de diagnose dyslexie gesteld en krijgt Tim een dyslexieverklaring.

3.  Leerlingen met daarnaast belemmerende factoren die de basisondersteuning van de school overstijgt (bijvoorbeeld aandacht, concentratie, gedrag) én een vermoeden van dyslexie

Leerlingen met meervoudige problematiek die de basisondersteuning van de school overstijgt, worden via het groeidocument aangemeld bij het loket van SWV Unita. Als school en ouders daarbij ook een vermoeden hebben van dyslexie, dan kan dit worden opgenomen als vraag in het groeidocument. Voor de werkwijze en de routebeschrijving van het MDO wordt verwezen naar de website van SWV Unita (www.swvunita.nl).

Tijdens het MDO-traject kan er door de psycholoog/orthopedagoog in overleg met ouders en school gekozen worden voor het uitvoeren van diagnostisch onderzoek (intelligentie/gedrag/werkhouding). Als daarbij ook de vraag is of er sprake is van dyslexie, dan kan dit worden meegenomen in datzelfde onderzoek.

Ook kan het voorkomen dat de psycholoog/orthopedagoog ondanks de ‘meervoudige’ problematiek het advies geeft om de leerling toch aan te melden voor de vergoede dyslexiezorg via de gemeente voor leerlingen met een vermoeden van EED. Onder bepaalde voorwaarden kan een leerling met meervoudige problematiek namelijk wel in aanmerking komen voor de route EED via de gemeente. Dit is het geval indien er sprake is van een vermoeden van ernstige dyslexie en de andere bijkomende (leer)stoornissen onder controle zijn en deze het onderwijsleerproces niet belemmeren.

Zie de blauwe route in de ‘Routebeschrijving Dyslexieonderzoek’ voor leerlingen met complexe problematiek die de basisondersteuning van de school overstijgt (bijvoorbeeld: aandacht, concentratie, gedrag) én een vermoeden van dyslexie.

Voorbeeld: Britt wordt via het groeidocument aangemeld bij SWV Unita vanwege aandacht- en concentratieproblemen in de klas. De leerkracht wil weten hoe zij haar onderwijs beter af kan stemmen op de onderwijsbehoeften van Britt. Daarnaast zijn er zorgen over het zwakke lees- en spellingniveau van Britt en heeft de leerkracht een vermoeden van dyslexie. Vanuit de informatie in het groeidocument (o.a. stimulerende en belemmerende factoren, groepsplan, groepsoverzicht, (niet-)methodegebondentoetsen, kindgesprek, de intensieve begeleiding voor het lezen en spellen) en het 1e MDO besluit de orthopedagoog (trajectbegeleider) dat er voldoende aanleiding is voor verder onderzoek naar dyslexie en dat dit wenselijk lijkt voor Britt. Omdat Britt vanwege meervoudige problematiek op dit moment niet in aanmerking komt voor de route EED via de gemeente, voert de orthopedagoog het onderzoek zelf uit. Daarnaast zullen de aandacht- en concentratieproblemen van Britt nog verder in beeld worden gebracht middels een observatie in de klas en worden handelingsadviezen gegeven voor de leerkracht.

In het schooljaar 2018-2019 zullen Jacolien van der Veer (orthopedagoog) en Anne Vermue (psycholoog NIP) het dyslexiebeleid binnen SWV Unita coördineren. Zij zijn bereikbaar via dyslexie@swvunita.nl.

Marjolein Canté (Registerpsycholoog NIP/Kinder & Jeugd/schoolpsycholoog) is eindverantwoordelijk voor het afgeven van de dyslexieverklaringen binnen SWV Unita.

  1. Waarom wordt de aanvraag voor dyslexieonderzoek soms afgewezen terwijl er ondanks de inzet op zorgniveau 1, 2 en 3 een zeer ernstige achterstand is op lezen en/of spelling?

Binnen Samenwerkingsverband Unita werken we handelingsgericht. Dit blijft dus altijd het uitgangspunt, ook bij de keuze om wel of geen trajectbegeleider toe te wijzen voor het eventueel uitvoeren van dyslexieonderzoek. De vraag die hierbij centraal staat is wat het kind nodig heeft voor zijn/haar lees- en spellingontwikkeling en wat een eventuele diagnose dyslexie op dit moment toevoegt. 

Daarnaast weten we dat verschillende factoren van invloed kunnen zijn op de lees- en spellingontwikkeling van leerlingen (denk aan: schoolwisselingen, sociaal-emotioneel welbevinden, de thuissituatie, concentratie en motivatie). Om dyslexie vast te kunnen stellen, moet de diagnosticus kunnen uitsluiten dat de lees- en spellingproblemen worden veroorzaakt door deze andere belemmerende factoren. Als vanuit de informatie in het groeidocument blijkt dat dit mogelijk wél het geval is, kan het zo zijn dat de coördinatoren dyslexie adviseren om hier als school eerst meer zicht op te krijgen/hier met de leerling aan te werken/onder controle te brengen.

Ten slotte kan het zo zijn dat eerst een andere interventie op zorgniveau 3 geadviseerd wordt, omdat de coördinatoren dyslexie vermoeden dat deze beter aansluit bij de onderwijsbehoeften van de leerling. Zorgniveau 3 is immers een zoektocht naar de juiste aanpak voor precies die ene leerling.

  1. We hebben als school alle documenten aangeleverd, maar krijgen van de coördinatoren dyslexie alsnog de vraag om aanvullende gegevens aan te leveren. Hoe kan dit?

Het documenteren van de extra lees- en spellingbegeleiding op school is heel belangrijk. Er dient concreet aangegeven te zijn in welke periode, hoe vaak per week, hoeveel minuten per keer, door wie (functie) en met welke methode de extra begeleiding is gegeven. Ook moet duidelijk zijn of de begeleiding bovenop het basisaanbod van verlengde instructie is gegeven, als extra interventie. Informatie geformuleerd als “leerling krijgt twee keer per week instructie van –naam-” is daarom niet voldoende. Mochten de coördinatoren dyslexie aanvullende vragen hebben, dan zullen zij hierover dus contact met de intern begeleider opnemen. 

  1. Wordt als onderdeel van dyslexieonderzoek bij SWV Unitaook intelligentieonderzoek uitgevoerd?

In de meeste gevallen luidt het antwoord ‘Nee’. Om te bepalen of er sprake is van dyslexie bij een leerling is intelligentieonderzoek in de meeste gevallen niet noodzakelijk. Er zijn echter uitzonderingen waarbij de diagnosticus kan besluiten dat intelligentieonderzoek wél nodig is. 

  1. De leerling lijkt op basis van de achterstanden in aanmerking te komen voor de route via de gemeente (vergoede zorg), maar wij laten het dyslexieonderzoek liever door SWV Unitaverrichten. Kan dit?

Nee, dit is niet mogelijk. Leerlingen die in aanmerking lijken te komen voor de vergoede zorg dienen aangemeld te worden bij de gemeente. SWV Unita voert (in bepaalde gevallen) uitsluitend dyslexieonderzoek uit bij leerlingen die net niet in aanmerking komen voor de vergoede zorg via de gemeente.

  1. Is het mogelijk om een leerling aan te melden voor dyslexieonderzoek wanneer er alleen uitval is op spelling?

Ja, dit is mogelijk. Echter, dyslexie met alleen uitval op spelling komt zeer zelden voor. We weten ook dat ontwikkeling op het gebied van spelling (nog veel meer dan bij lezen) afhankelijk is van de kwaliteit van het onderwijsaanbod. Daarnaast is het voor deze leerlingen extra van belang om mogelijke alternatieve verklaringen uit te sluiten.