1. Ter inleiding: verschillende besprekingen bij Handelingsgericht werken

Handelingsgericht werken (HGW) kan op verschillende niveaus: de school, de groep en de individuele leerling[1]. Daarbij horen verschillende besprekingen, in de basisondersteuning en bij de extra interne en extra ondersteuning van leerlingen.

Groepsbespreking

Een groepsbespreking gaat over het groepsoverzicht en groepsplan, de aanpak voor de hele groep: hoe kan de leerkracht afstemmen op de onderwijsbehoeften in haar/zijn[2] groep? Wat is haar groepsaanbod en waar maakt ze het op maat voor een groepje leerlingen of een individuele leerling? Wanneer de leerkracht minimaal twee keer per jaar met de intern begeleider (IB-er) een groepsbespreking houdt, dan hebben zij goed zicht op de vooruitgang van de leerlingen en de opbrengsten van het onderwijs. Toch is het zo nu en dan gewenst om een individuele leerling uitgebreider te bespreken. Dit gebeurt in een leerlingbespreking.

Leerlingbespreking

Aan een leerlingbespreking nemen de IB-er en leerkracht deel en eventueel ook een andere interne deskundige van de school. Bij een duobaan is het wenselijk dat beide leerkrachten deelnemen, maar dit is niet altijd haalbaar. Vanuit HGW is het wenselijk dat ook de ouders voor deze bespreking worden uitgenodigd. Of dat zij er in ieder geval van op de hoogte zijn en weten wat er is besproken en welke afspraken er zijn gemaakt. Dus dat er vooraf en achteraf met hen gecommuniceerd is zodat de school kan profiteren van hun kennis. Wanneer er na een leerlingbespreking nog belangrijke vragen zijn waarvoor een externe deskundige nodig is om die te beantwoorden, dan kan het een leerling zijn voor een MDO: multidisciplinair overleg op school.

Multidisciplinair overleg (MDO)[3]

Aan een MDO nemen naast de leerkracht, IB-er en ouders ook één of meer externe deskundigen uit de bovenschoolse pool deel, afhankelijk van de vraag van school en ouders, zoals een ambulant begeleider (AB-er), schoolpsycholoog/orthopedagoog, schoolarts, schoolmaatschappelijk werker of hulpverlener uit de jeugdhulp. Vandaar de term ‘multidisciplinair’. De AB-er of schoolpsycholoog/orthopedagoog treedt op als trajectbegeleider: zij begeleidt het MDO-traject.

Aanmelding met digitaal groeidocument bij het MDO Loket

Het digitale groeidocument wordt door de IB-er met een door de ouders ondertekend toestemmingsformulier aangevraagd bij het loket van het samenwerkingsverband (loket@swvunita.nl).

In het kader van de aanmelding is telefonisch overleg met het loket mogelijk. Zie het document “Aanmelding met het digitale groeidocument: de stappen” op de site. Voor informatie over het digitale groeidocument: Filmpimpressie 2 en www.groeidocument.nl

[1] Bron: HGW voor schoolteams (Pameijer, Van Beukering & De Lange, 2009).
[2] Overal waar zij/haar staat, kan uiteraard ook hij/zijn worden gelezen.
[3] Voor een uitgebreide beschrijving van de boogde werkwijze, zie hoofdstuk 9, rode boek ‘HGD in het Onderwijs’ (Pameijer & Van Beukering, 2016).

2. Een MDO en de uitgangspunten van HGW

Tijdens een MDO gelden de 7 uitgangspunten van HGW (zie de download ‘Uitgangspunten’ op de site van Unita, www.swvunita.nl).

  1. Doelgericht werken: we formuleren doelen voor het MDO: wat willen we met deze bespreking bereiken? Welke vragen willen we beantwoorden en welke beslissingen willen we nemen? Wanneer zijn we tevreden over deze bespreking? Ieder MDO wordt geëvalueerd: is het gelukt? We formuleren ook doelen voor de leerling (leren, werkhouding en gedrag) en de aanpak van diens leerkracht(en) en ouders.
  2. Onderwijs- en opvoedbehoeften staan centraal in het overleg. Wat heeft deze leerling nodig om een bepaald doel te behalen? De hulpzinnen onderwijsbehoeften (zoals het type instructie, feedback, leeromgeving, opdrachten, groep en aanpak van leerkracht en ouders) hanteren we als steun. Welk onderwijsaanbod en welke opvoedingsaanpak past hierbij?
  3. Het gaat tijdens het overleg om deze leerling in dezegroep, bij dezeleerkracht, op deze school en van deze ouders. We richten ons tijdens de bespreking op de unieke situatie rondom de leerling en de wisselwerking tussen leerling, medeleerlingen, leerkracht en ouders. Welke ongunstige interacties willen we doorbreken en welke gunstige interacties willen we benutten? Hoe verbeteren we de afstemming van het onderwijs op wat deze leerling nodig heeft? Hoe kunnen ouders het onderwijs thuis ondersteunen?
  4. De leerkracht doet ertoe. De vraag en het werkprobleem van de leerkracht staan centraal in deze bespreking: wat wil zij weten en waarom wil zij dat weten? Hoe denkt zij over de leerling, de groep, de ouders en zichzelf als leerkracht? Welke mogelijkheden ziet zij? Waar heeft zij invloed op? Wat heeft zij nodig om de leerling passend onderwijs te kunnen bieden: wat zijn haar ondersteuningsbehoeften? Ook ouders doen ertoe: wat hebben zij nodig om het onderwijs aan hun kind te ondersteunen?
  5. Positieve aspecten van de leerling, leerkracht, groep, school en ouders komen in ieder MDO nadrukkelijk aan de orde. We bespreken, noteren en benutten deze.
  6. Leerkracht, IB-er, ouders, leerling en externe deskundige(n) werken constructief met elkaar samen. De IB-er coacht de leerkracht. Samen reflecteren ze op de behoeften van de leerling en de aanpak van de leerkracht. Ouders die deelnemen aan het overleg past bij ‘transparant samenwerken’ en het is efficiënt voor school, omdat de aparte gesprekken met ouders voor en na het MDO komen te vervallen. Ook de leerling is betrokken, voorafgaand aan het overleg heeft de leerkracht het kind-formulier “Dit zeg ik ervan” met de leerling doorgenomen. Ook ouders kunnen van te voren al thema’s uit het formulier met hun kind bespreken.

De bespreking in het MDO verloopt systematisch in stappen, de werkwijze is transparant. Het Groeidocument ondersteunt hierbij en fungeert tevens als verslag van de bespreking. Dit document bevat recente informatie over problematische en positieve aspecten van kind, onderwijs en opvoeding, de doelen die we nastreven, de onderwijs/opvoed/ondersteuningsbehoeften en de afspraken die zijn gemaakt tijdens het MDO.

3. Aanvliegroute vanuit de leerlingbespreking of vanuit Jeugdhulp, CJG of ZAT PO

Vanuit zowel de leerlingbespreking op school alsmede vanuit de jeugdhulp/CJG/schoolnabij ZAT kan een aanmelding voor een MDO worden gedaan.

Wanneer er na een leerlingbespreking nog belangrijke vragen zijn waarvoor een externe deskundige nodig is, dan kan het een leerling voor een MDO zijn.

Bij de aanvliegroute vanuit de jeugdhulp/CJG/ZAT is de gezins- en thuissituatie reden voor een MDO, omdat die situatie het functioneren van het betreffende kind op school beïnvloedt. Indien er vanuit de schoolsituatie geen reden is voor een MDO, dan zal de jeugdhulp een overleg met ouders organiseren waarbij het vanuit HGW wenselijk is dat school wordt uitgenodigd (afstemming onderwijs en opvoeding) of in ieder geval geïnformeerd, uiteraard alleen met toestemming van ouders.

4. Voorbereiding MDO: aanmelding bij Loket met digitaal groeidocument

Bij aanmelding voor het MDO vermeldt de school (leerkracht en IB-er) hun vragen en die van ouders, als ook welke discipline(s) uit de pool zij nodig hebben voor het beantwoorden van hun vragen. Zij vullen hiertoe samen het digitale Groeidocument – voor zover mogelijk en relevant – beknopt in met trefwoorden. Hoe beter het groeidocument van te voren is ingevuld, hoe efficiënter de bespreking zal verlopen.De leerling vult het formulier “Dit zeg ik ervan!” in. Als bijlage voegt school de meest recente groepsoverzichten en groepsplannen toe, alsook andere relevante informatie, zoals een uitdraai van het LVS, het verslag van de leerlingbespreking en eventuele verslagen van diagnostiek en begeleiding op school of thuis, met toestemming van ouders. Dit ter voorbereiding van het MDO. Tijdens de bespreking wordt het groeidocument doorgelopen en samen aangevuld (niet herhaald).

Let wel: In verband met de privacy van andere leerlingen uit de groep: verwijder de namen van andere leerlingen uit het groepsoverzicht en de groepsplannen (of streep ze door met dikke zwarte stift alvorens te scannen).

Ter voorbereiding van het overleg zijn er drie documenten (zie 3 downloads op de Unita-site):

  • een informatiefolder voor leerkrachten
  • een informatiefolder voor ouders
  • een kind-formulier ‘Dit zeg ik ervan!’

Bij aanmelding beantwoorden school en ouders samen vragen als: Wat is de aanleiding voor deze bespreking? Waarom meldt school juist nu deze leerling aan? Waarom niet eerder of later? Wat gaat goed en wat moeilijk? Hoe zou dat kunnen komen? Welke doelen streven we voor deze leerling na? Welke oplossingen hebben school, leerling of ouders zelf al bedacht? Omdat we bij HGW vraag- en doelgericht werken, is het van belang te weten wat de school en ouders verwachten van deze bespreking. Wat willen zij ermee bereiken? Het is ook van belang om te weten wat betrokkenen van elkaar verwachten; wanneer is het voor hen een succes? Wat ‘werkt’ (past) bij de leerkracht of IB-er en wat niet? Hoe stellen ze zich tijdens de bespreking op, wat verwachten ze van elkaar? Voor iedereen geldt: communiceer open over je wensen en verwachtingen. Geef duidelijk aan waar jij behoefte aan hebt!

Op basis van de inhoud van het Groeidocument besluit het Loket wie de trajectbegeleider wordt. Daarom moeten in ieder geval de vragen 1 t/m 7 altijd zijn ingevuld. De trajectbegeleider – verantwoordelijk voor de communicatie tussen school/ouders en de ‘pool van het SWV’ – zal vervolgens telefonisch of per mail contact opnemen met de IB-er en een afspraak voor het MDO maken. Telefonisch kan men – indien nodig – nog afstemmen en de bespreking voorbereiden: wie doet wat, wanneer, hoe en waarom? Daarna worden de leerkracht, ouders en eventueel een schoolinterne deskundige uitgenodigd voor de bespreking.

Tip voor de trajectbegeleiders: stuur voor de zekerheid nog een keer de informatiefolders voor de leerkracht en ouders mee. Vermeld ook van te voren welke onderwerpen gaan worden, zodat ook de leerkracht en ouders het overleg kunnen voorbereiden.

De IB-er en trajectbegeleider spreken vooraf af wie voorzit en wie notuleert. De IB-er of trajectbegeleider kan de bespreking:

  • voorzitten, zij treedt dan op als gespreksleider
  • de ander zal dan een kort verslag van de bespreking maken in het groeidocument (MDO1) en OPSLAAN

Aan het einde van de bespreking is het door de notulist ingevulde groeidocument tevens het verslag van de bespreking. Door alle relevante informatie in één document op te nemen, voorkomen we herhaling en overlap. De notulist vraagt de school en ouders of het verslag akkoord is:

  • zo ja, dan stuurt de notulist het groeidocument naar het loket (met de knop: mail GD naar loket)
  • zo nee, dan worden eerst de vereiste wijzigingen aangebracht.

5. Een Multidisciplinair overleg in 9 stappen

Na de voorbereiding zijn er 9 stappen (met bijbehorende rubrieken in het Groeidocument):

  1. Start van het overleg: wat zijn de doelen, vragen, wensen, verwachtingen en agendapunten van betrokkenen (rubrieken 1 t/m 7)?
  2. Overzicht: stimulerende en belemmerende factoren van kind (rubrieken A t/m E), onderwijs (rubriek F) en opvoeding (rubriek G)?
  3. Inzicht: hoe zou het kunnen komen dat de situatie nu zo is (analyse van rubrieken A t/m G; hoe is de wisselwerking en afstemming)?
  4. Weten we al genoeg om de vragen te beantwoorden in dit MDO en doelen te formuleren (rubriek H)?
  5. Uitzicht: wat betekent de analyse voor de doelen die we nastreven en de gewenste aanpak: de onderwijs- en opvoedingsbehoeften van de leerling (rubriek J1: ontwikkelingsperspectief)?
  6. Wat zijn de doelen voor onderwijs en opvoeding en wat zijn de ondersteuningsbehoeften van leerkracht en ouders? (rubrieken J2 en J3)
  7. Voorstel voor een onderwijs- en/of jeugdhulparrangement (O J A, rubriek K)
  8. Beknopt verslag van het MDO en de afspraken (rubriek I).
  9. Mondelinge evaluatie van het MDO.

Na het laatste MDO volgt een schriftelijke evaluatie die de IB-er, leerkracht(en) en ouders invullen.

IB-er en TB-er: zorg ervoor dat leerling voorafgaand aan, tijdens en na een MDO betrokken wordt bij het traject, uiteraard afhankelijk van diens mogelijkheden en voorkeuren. Sommige leerlingen zijn er graag aan het begin en/of einde van het overleg even bij om te horen wat er besproken is en om mee te denken. Welke vragen en antwoorden heeft het kind? Wat is diens mening over de situatie? Wat wil hij/zij bereiken op school of thuis? welke tips heeft d e leerling voor zijn leerkrachten en ouders? Het gaat tenslotte om het kind! Een MDO-traject moet altijd in het belang van de leerling zijn!

De werkwijze zoals hier beschreven heeft als doel de uniformiteit in de MDO-werkwijze te verhogen en trajectbegeleiders, schoolleiders, IB-ers, leerkrachten en ouders zicht te geven op de gewenste werkwijze. Het is een leidraad ter ondersteuning, geen vast keurslijf. Per casus zullen bepaalde stappen meer of minder van toepassing zijn. Gezamenlijk maken betrokkenen de werkwijze dus op maat, passend bij de specifieke vraag en situatie rondom de leerling. 

Attitude tijdens de bespreking

Tijdens de bespreking lopen we SAMEN de stappen door. Zo benutten we een ieders deskundigheid en vullen we elkaar aan. De bespreking vergt van alle betrokkenen een constructieve, open en onderzoekende houding. Samen analyseren we de situatie, zoeken we naar mogelijke verklaringen en vragen we ons af wat deze betekenen voor de doelen en de aanpak. Gedurende de eerste stappen van de bespreking geldt daarom als motto: zoek naar kansen en mogelijkheden. Denk optimistisch, creatief, oplossingsgericht en ‘out of the box’. Vermijd pessimisme, vooroordelen en negatieve beelden. Sluit geen acties al bij voorbaat uit (“dat lukt toch niet”). Zie de bespreking als een inspirerende brainstorm: samen zoeken we naar nieuwe mogelijkheden (“hoe zou dit kunnen lukken?”). De laatste stappen van de bespreking gaan over haalbaarheid. Dan zijn we realistisch optimistisch. Dan pas komen vragen aan de orde als: hoe maken we de gewenste aanpak haalbaar? Wat hebben we daarvoor nodig? Wat kunnen we wel en wat niet? Dit resulteert in afspraken die iedereen ziet zitten.

Wie nemen deel aan het MDO?

Samen om de tafel, tenzij ….

SWV Unita hecht aan ouderbetrokkenheid, leerling-participatie, constructieve samenwerking school/ouders en transparantie in de MDO-werkwijze. Dit betekent dat de intern begeleider samen met de leerkracht, leerling én ouders de aanvraag voor een MDO voorbereiden. Zo zijn alle betrokkenen goed voorbereid op het overleg en hebben ze hun visie en vragen kunnen verwoorden. Ook de trajectbegeleider kan hierdoor MDO1 goed voorbereiden: wat is het doel van dit overleg?; welke vragen hebben betrokkenen?; zijn er meningsverschillen? Heeft de trajectbegeleider nog vragen in het kader van de voorbereiding, dan kan ze bellen of mailen met school of ouders.

Onenigheid school en ouders

In principe nemen school en ouders samen deel aan MDO1. Tenzij er sprake is van sterk uiteenlopende meningen, onenigheid en spanning, gebrek aan onderling vertrouwen, een (dreigend) conflict tussen school en ouders en/of het expliciete verzoek van school of ouders om een apart gesprek. Dan kan de trajectbegeleider – als onafhankelijk deskundige die in het belang van het kind werkt – kiezen voor een apart gesprek met school (directie, IB en leerkracht) en/of ouders. Doelen van zo’n gesprek zijn o.a.: kennismaken, vertrouwen winnen, zicht krijgen op de verschillende visies en het perspectief op samenwerken en MDO1 voorbereiden (hoe gaan we dit overleg constructief laten verlopen? Waarover zijn betrokkenen het wél eens? Is er een gezamenlijk doel?). Soms heeft een trajectbegeleider dus een apart gesprek nodig om een samenwerkingsrelatie met ouders op te bouwen. Ontbreekt het vertrouwen van ouders in de onafhankelijke positie van de trajectbegeleider, dan is de kans klein dat de doelen van het MDO-traject behaald worden. Als school en ouders het niet met elkaars zijn, kan dit het belang van het kind schaden (loyaliteitsconflict), vandaar dat deze werkwijze veel belang hecht aan het verbeteren van de samenwerking school/ouders. Als de Trajectbegeleider besluit dat een apart gesprek nodig is, dan communiceert zij hierover transparant: zij informeert alle betrokkenen over het doel van het gesprek en wanneer en waar het gesprek plaatsvindt. Er is dan geen sprake van een ‘verborgen agenda’ of ‘partij kiezen voor ouders’, maar van een traject dat gericht is op herstel van de samenwerking school/ouders en het belang van het kind.

Beroepsethische kwesties bij onderzoek door schoolpsycholoog of orthopedagoog

Psychologen/orthopedagogen werken volgens de beroepscode van hun beroepsverenigingen het NIP (www.psynip.nl) en de NVO (www.nvo.nl). De positie van ouders bij een diagnostisch onderzoek van hun kind is hierin uitgewerkt in het kader van de privacy wetgeving. Bijvoorbeeld:

  • Ouders dienen toestemming te geven voor de specifieke onderzoeksvragen en de opzet van het onderzoek. Zij dienen ook op de hoogte te zijn van de mogelijke consequenties van bepaalde antwoorden (als àdan; ‘informed consent’).
  • De uitkomsten van het onderzoek mogen pas na toestemming van ouders met de school worden gedeeld. Dit geldt uiteraard ook voor het verslag van het onderzoek. Houdt de psycholoog/orthopedagoog zich niet aan deze code en dienen ouders een klacht in bij het NIP of de NVO, dan zal deze gegrond worden verklaard!
  • Ouders vooraf (in MDO1) toestemming vragen om in MDO2 de gegevens samen te bespreken mag volgens bovenstaande richtlijnen eigenlijk niet, omdat ouders dan nog niet weten wat de uitkomsten zullen zijn (geen ‘informed consent’). De trajectbegeleider zal dit per situatie inschatten en bespreken met ouders: bij welke uitkomsten plannen we een apart adviesgesprek met ouders, voorafgaand aan MDO2? Bijvoorbeeld bij onverwachte uitkomsten of ‘slecht nieuws’ voor ouders. Dan wordt ook besproken welke informatie de onderzoeker wel/niet mag delen met ouders en op welke wijze (mondeling en/of schriftelijk).

Bovenstaande betekent dus dat er tussen MDO1 en MDO2 een apart gesprek met ouders kan zijn, omdat dit vanuit beroepsethisch oogpunt terecht en noodzakelijk is.

N.B. Na een klasse-observatie koppelt de trajectbegeleider – bij voorkeur en indien haalbaar – haar bevindingen t.a.v. de groep en de aanpak van de leerkracht terug naar de leerkracht. Ook hierbij kan ze bespreken welke informatie over het functioneren van de groep/leerkracht al dan niet gedeeld wordt met ouders in MDO2 en hoe. De leerkracht (en andere leerlingen) hebben immers ook recht op privacy.

Wanneer is het zinvol dat directie deelneemt aan een MDO-traject?

Maximaal 5% van de leerlingen doorloopt een MDO-traject. Voor de directie is het doorgaans niet haalbaar om aan al deze besprekingen deel te nemen. Wanneer is dit zinvol en noodzakelijk?

  • als de IB-er, leerkracht of ouders de directeur vragen om deel te nemen aan het MDO vanwege een bepaalde reden en met een bepaald doel;
  • als de thema’s en vragen in het MDO het niveau van de groep/de individuele leerling of leerkracht overstijgen of het beleid van de school betreffen. Denk aan vragen over:
    • overplaatsing binnen de school naar een parallelgroep;
    • blijven zitten of versnellen (zie de download ‘’Doorstomen tenzij ….”)
    • een mogelijke verwijzing naar het S(B)O: wat zijn de mogelijkheden van de huidige school om dit kind te beiden wat het nodig heeft (dit schooljaar en volgend schooljaar)? Wat is de meerwaarde van S(B)O voor deze leerling (zie de download “Toelaatbaarheidsverklaring”)
    • conflict IB-er/leerkracht en ouders over de aanpak van de school, het schoolbeleid e.d.

Stap 1. Start van het overleg: vragen?

Bij het begin van het MDO checkt de voorzitter de doelen, vragen, wensen, verwachtingen en agendapunten van betrokkenen. Ter voorbereiding heeft zij de rubrieken 1 t/m 7 van het groeidocument doorgenomen. Ze verwoordt deze en checkt of deze nog kloppen en of ouders, leerkracht(en), IB-ers misschien aanvullingen hebben. Doordat school en ouders samen het groeidocument hebben ingevuld, zijn zij voorbereid op de thema’s van het overleg, ze hebben er nog over kunnen nadenken in de tussentijd. De vragen worden genoteerd (op een blad midden op de tafel of een flap-over), zodat de bespreking vraaggericht verloopt. Zodra een vraag beantwoord is, kan de voorzitter er een krul door zetten.

Stap 2. Overzicht: wat gaat goed en wat moeilijk?

Zodra er zicht is op de doelen, vragen, wensen, verwachtingen en agendapunten van betrokkenen (stap 0, rubrieken 1 t/m 7 groeidocument), gaan we door stap 1. We concretiseren daarin de moeilijkheden (belemmerende) en positieve (stimulerende) aspecten met concrete voorbeelden uit de dagelijkse praktijk. Hiermee ‘objectiveren’ we de subjectieve ideeën zoveel mogelijk. Om ons te beschermen tegen een te negatief of pessimistisch beeld (denk aan de ‘tunnelvisie’), bespreken we bij aanvang ook al meteen de positieve aspecten en de situaties waarin we de leerling gewenst gedrag laat zien. Deze informatie halen we ook uit het meest recente groepsoverzicht en groepsplan. In deze stap bespreken we:

  • Welke recente en ‘objectieve’ informatie hebben we over belemmerende aspecten bij deze leerling, het onderwijs en de opvoeding?
  • Welke recente en ‘objectieve’ informatie hebben we over de positieve en stimulerende aspecten bij deze leerling, het onderwijs en de opvoeding?
  • Op welke hiervan hebben we invloed, welke aspecten kunnen we veranderen? Welke kansen zien we?

We doen dit voor de verschillende gebieden van kind, school en ouders en n.a.v. de rubrieken A t/m E van het groeidocument. Pas daarom op voor herhaling: het gaat in deze stap om aanvullingen op het groeidocument. Als we voldoende overzicht hebben, gaan we door naar de volgende stap.

Stap 3. Inzicht: hoe zou het kunnen komen dat de situatie nu zo is? 

Nu gaan we samen op zoek naar mogelijke verklaringen (analyse van de rubrieken A t/m G): waarom heeft ditkind in dezegroep bij dezeleerkracht in dezeschool en van dezeouders deze moeilijkheden? We richten ons niet alleen op kindkenmerken (zoals het leesniveau en de leesstrategie van het kind), maar ook op kenmerken van de onderwijsleersituatie (zoals de leesmethode, de leesinstructie en feedback van de leerkracht) en de opvoedingssituatie (zoals de onder­steuning van de ouders bij het lezen thuis). Deze kenmerken hangen namelijk allemaal samen met leesproblemen, dus ook met de aanpak ervan. We kijken naar de wisselwerking tussen deze kenmerken. Hiermee verschuift de belangstelling voor het kind naar het kind in relatie tot het onderwijsaanbod. Zo voorkomen we “child-blaming”, waarbij de oorzaak (schuld) bij de leerling wordt gelegd. Door eenzijdig de oorzaak bij het kind te leggen, blijft het onderwijs  buiten schot, terwijl daar zeer waarschijnlijk de oplossing ligt. Het heeft immers weinig zin om tegen een kind met dyslexie te zeggen “lees deze tekst snel en foutloos” of tegen een kind met kenmerken van ADHD “zit nu eens stil!”. Het zijn de leerkracht en de ouders die dit kind kunnen helpen, door het vanuit reële verwachtingen te ondersteunen en te benadrukken wat het wèl kan. Kortom: verander je de leerkracht en de ouder, dan verander je het kind, en omgekeerd.

Doel van deze stap is het begrijpen van de situatie, zodat we tot een adequate aanpak kunnen komen. Vragen die we hierbij stellen zijn:

  • Welke verklaringen hebben de leerkracht, IB-er, ouders, trajectbegeleider en eventueel de deskundige uit de pool?
  • Welke verklaringen heeft de leerling zelf genoemd?
  • Hoe verhouden deze tot elkaar: waar zitten overeenkomsten en waar verschillen?
  • Is er informatie uit het verleden waardoor we de huidige situatie beter kunnen begrijpen? Is er vroeger iets gebeurd dat samenhangt met de situatie van nu?

Visualiseren

Soms raak je het spoor bijster als er veel informatie is. Dan moet je gaan prioriteren, wat is het belangrijkste? Het kan daarbij helpen om de ideeën van een ieder te visualiseren op een flap of whiteboard in drie cirkels: 1 voor het kind, 1 voor het onderwijs en 1 voor de opvoeding. Hou het overzichtelijk en vul per cirkel in: de 2 of 3 belangrijkste dingen die goed gaan, de 2 of 3 belangrijkste dingen die beter kunnen/moeten en de doelen die hieruit voortkomen. Met pijlen tussen de cirkels is de samenhang aan te geven: hoe beïnvloeden kind, onderwijs en opvoeding elkaar? Voor meer informatie over deze visualisering, zie download ‘visualiseren met cirkels’).

Als we voldoende inzicht in de situatie hebben, deze begrijpen, dan gaan we door naar de volgende stap. We analyseren de situatie dus eerst, voordat we tot handelen besluiten: eerst denken, dan doen. Ook al zijn we op handelen gericht, we nemen geen overhaaste beslissingen, omdat we dan mogelijke verklaringen en oplossingen over het hoofd zien.

Stap 4: Weten we al genoeg om de vragen te beantwoorden?

  • Zo ja: Formuleer samen de antwoorden en noteer die bij de rubrieken J (Doelen) en K (Conclusie wat betreft het arrangement dat nodig is om de doelen te behalen).
  • Zo nee: Wat moeten we nog weten en waarom? Wat moeten we nog uitzoeken, uitproberen of observeren? Welke informatie moeten we nog gericht verzamelen? Wie kan dat het beste doen? Hoe en wanneer?

Als blijkt dat een vraag nog niet te beantwoorden is, dan is meer informatie nodig. Die verkrijgen we bijvoorbeeld door:

  • een gerichte observatie, zoals tijdens de instructie en het zelfstandig werken
  • een gesprek met een collega (zoals de vorige leerkracht: wat werkte goed?), een andere deskundige (wat kunnen we van deze leerling verwachten?), de leerling zelf (wat zijn diens eigen oplossingen?)
  • een toetsafname, zoals een spellingstoets met een foutenanalyse of een rekentoets met een strategieanalyse
  • handelingsgerichte diagnostiek n.a.v. één of meer specifieke vragen

De afspraken die we hierover maken, vermelden we bij ‘Afspraken’. Bij het volgende MDO bespreken we de verzamelde gegevens. We vertalen deze ook samen naar reële doelen, onderwijs/opvoedbehoeften van de leerling en ondersteuningsbehoeften van de leerkracht en ouders. In de tussentijd kunnen de leerkracht en de ouders op basis van wat we al weten alvast aan de slag met het kind.We formuleren dan een ‘voorlopige aanpak’. De leerkracht en ouders gaan deze aanpak uitproberen, ermee experimenteren: ‘Als ik … doe, dan verwacht ik dat het effect is dat ….’. Op basis van deze ervaringen kunnen ze aangeven wat al dan niet heeft gewerkt. Hiermee krijgen we nog meer inzicht in de situatie.

Wisselwerking leerkracht – leerling en ouders – kind: de rol van observaties

HGW richt zich op de wisselwerking tussen kind, onderwijs en opvoeding. Daarom bespreken we in een MDO ook:

  • Wat heeft dit kind nodig? Welke hulpzinnen onderwijsbehoeften of opvoedingsbehoeften zijn van toepassing?
  • Welke aanpak van school of ouders is al afgestemd op wat dit kind nodig heeft? Ga daarmee door, want dat is wat deze leerling nodig heeft!
  • Waar liggen verandermogelijkheden?En wat hebben de leerkracht en ouders nodig om deze gewenste aanpak te kunnen bieden; wat zijn hun ondersteuningsbehoeften? Wat verwachten zij hierbij van elkaar, de IB-er en andere betrokkenen uit het MDO?

Het belang van observeren in de context

Wanneer een leerkracht suggesties van de IB-er/trajectbegeleider verwacht, zoals ‘tips om de taakgerichtheid te verbeteren’, dan is het belangrijk dat de IB-er/trajectbegeleider de werkhouding van het kind in de groep observeert en niet alleen in een onderzoekskamer. Want in die aparte kamer zal het kind hoogstwaarschijnlijk wél taakgericht bezig zijn. Vaak is het zo dat een kind dat zich in de groep druk en clownesk gedraagt, in het kamertje rustig en serieus is. Of dat een leerling die de groep voortdurend stoort, in de 1-op-1 situatie juist coöperatief is. Kortom: het gedrag dat de IB-er/trajectbegeleider in een kamer buiten de groep ziet is lang niet altijd representatief voor het gedrag in de groep. Het gaat namelijk om verschillende situaties en gedrag kan per situatie verschillen. Bovendien is het de bedoeling dat de suggesties of tips toe te passen zijn in de groep. Het is knap lastig om een tip die 1-op-1 werkt te vertalen naar een tip die in de hele groep werkt (1-op-30 bijvoorbeeld). Natuurlijk kan 1-op-1 toetsen, testen of interviewen in een aparte kamer nodig zijn, bijvoorbeeld bij toetsen die individueel afgenomen moeten worden of bij een persoonlijk gesprek met een leerling over diens schoolbeleving en eigen oplossingen. Maar wanneer het gaat om leer-, werkhoudings- of gedragsproblemen, dan is een observatie in de situatie waar deze zich voordoen noodzakelijk om goed zicht op de situatie te krijgen en om haalbare tips te kunnen geven. In de nabespreking met de leerkracht geeft de IB-er/trajectbegeleider feedback en zoeken ze samen naar oplossingen die bij dezesituatie aansluiten en haalbaar zijn voor deze leerkracht in dezegroep. Standaardadviezen die voor alle kinderen en alle leerkrachten gelden, bestaan niet. Elke situatie is uniek.

Stap 5.  Uitzicht: wat betekent de analyse voor de aanpak?

Nu gaan we na wat de informatie uit de voorgaande stappen betekent voor de aanpak. Wat moet het kind in de komende periode leren?; wat moet jet kennen en kunnen? Bij welke gebieden is extra begeleiding en/of training van vaardigheden nodig? Wat willen we op die gebieden bereiken met deze leerling? Welke aspecten kunnen we omzetten in kleine snelle doelen (rubriek J)? Zijn deze doelen ambitieus genoeg? Zijn ze SMARTI? (Specifiek, Meetbaar, Acceptabel, Realistisch, Tijdgebonden, Inspirerend). Ook het ontwikkelingsperspectief (OPP, rubriek J1) bespreken we: wat zijn de doelen voor de lange en de korte termijn? Hoe bereiken we deze doelen? Wat hebben leerling, leerkracht en ouders daarvoor nodig? De OPP – trap helpt bij het bespreken van het uitstroomperspectief (VSO of VO), zie hiervoor de downloads ‘OPP’ op de site van Unita.

Vragen in deze stap zijn:

  • Welke kenmerken van kind, groep, leerkracht, school en ouders zijn goed te beïnvloeden? Welke hoge maar reële doelen horen daarbij?
  • Hoe kunnen we de belemmerende factoren veranderen en de stimulerende uitbouwen of benutten? Welke daarvan hebben de hoogste kans van slagen?
  • Welke oplossingen hebben betrokkenen? Hoe verhouden deze zich tot elkaar?
  • Welke maatregelen zijn al genomen? Welke daarvan waren effectief? Zouden we die nu weer kunnen toepassen? Dat wat in het verleden goed werkte, zou nu ook wel eens succesvol kunnen zijn. We hoeven dan niet opnieuw het wiel uit te vinden! Waren bepaalde maatregelen niet effectief, dan vragen we ons af hoe dat kwam. Als dat nu nog steeds het geval is, dan heeft het weinig zin om er opnieuw tijd en energie in te steken. Kortom: als iets werkt, ga ermee door. Maar als iets niet werkt, stop ermee en probeer iets anders (oplossingsgerichte benadering).
  • Is er misschien iemand uit de naaste omgeving die kan bijdragen aan het doel? Denk aan grootouders, een ander familielid, buren of een ouder van een vriendje.

Wat zijn de onderwijs/opvoedingsbehoeften van deze leerling?

In deze stap vertalen we de informatie uit de voorgaande stappen in behoeften. We vertrekken vanuit de doelen. We bespreken wat deze leerling nu nodig heeft om deze doelen te kunnen bereiken. Samen lopen we de ‘hulpzinnen’ na: welke zijn van toepassing? Voor voorbeelden, zie download ‘hulpzinnen behoeften’.

  • Instructie/uitleg die …
  • Opdrachten, materialen en activiteiten die …
  • Een leeromgeving die …
  • Feedback die …
  • Groepsgenoten die …
  • Een leerkracht die …
  • Ouders die …
  • Overig, namelijk …

Wat is wenselijk (wat willen we veranderen?) en wat is haalbaar (wat kunnen we veranderen)?

Let wel: als er zorgen zijn over de veiligheid van het kind op school of thuis dan MOET er iets veranderen op school of thuis.

We denken met elkaar mee, maar gaan niet op elkaars stoel zitten!

We respecteren elkaars deskundigheid en visie. De school kent het kind als leerling het beste en is verantwoordelijk voor het onderwijs. Ouders kennen hun kind het langst, weten wat wel/niet werkt en zijn verantwoordelijk voor de opvoeding. De school beslist in deze stap dus over de aanpassingen in het onderwijs en het eventuele onderwijsarrangement (OA). De ouders beslissen over de aanpassingen in hun opvoeding en de invulling van een eventueel jeugdhulparrangement (JA). En de deskundige uit de jeugdhulp (via de gemeente) beslist over het doel en de opzet van het jeugdhulparrangement (JA).

We bekijken in hoeverre de onderwijsbehoeften, die zijn beschreven in het groepsoverzicht, nog kloppen met wat we nu weten. Indien nodig, stellen we deze bij. We gaan na of de aanpak die het kind nodig heeft in de (sub)groep te realiseren is, of dat een individuele aanpak nodig is. Het streven is de aanpak van de betreffende leerling zoveel mogelijk in de groepsaanpak te integreren en in de weekplanning op te nemen. Want het werken met verschillende individuele plannen is doorgaans niet haalbaar voor een leerkracht. Voor de leerling leidt het bovendien tot een drastische daling van de effectieve instructie- en leertijd en geïsoleerde positie. Pas wanneer we het plan van aanpak niet goed of niet volledig in het groepsplan kunnen verwerken, gaan we over tot een individuele aanpak, waarin alleen beknopt wordt beschreven in hoeverre deze aanpak afwijkt van die van de groep of een subgroep. Het ingevulde Groeidocument wordt als bijlage toegevoegd aan het groepsplan. De leerkracht en IB-er hebben het handelingsplan in dit geval al tijdens het MDO gemaakt. Een interessante vraag daarbij is: zijn er meer leerlingen die dit aanbod nodig hebben? Want dat wat de leerling met dyslexie/dyscalculie nodig heeft, is goed voor alle leerlingen met lees/rekenproblemen. En dat wat goed is voor de leerling met AHDH/ODD is goed voor alle drukke/brutale leerlingen. Door ook andere leerlingen erbij te betrekken, profiteren meer leerlingen van een MDO, blijft de MDO-leerling bij de groep en wordt het aanpassen van de aanpak vaak beter haalbaar voor de leerkracht.

Stap 6. Wat zijn de ondersteuningsbehoeften van de leerkracht en ouders?

Lukt het de leerkracht om de onderwijsbehoeften te realiseren in de groep? Kunnen ouders hun kind de aanpak bieden die het nodig heeft?

  • Zo ja: ga door naar stap 6, Afspraken en planning.
  • Zo nee, bespreek wat de leerkracht en/of ouders nodig hebben om dit te kunnen realiseren. Aan welk doel willen zij zelf gaan werken (rubriek J2 en J3)? Waar zouden ze vaardiger in willen worden? Wat zou daarbij helpen? Loop de hulpzinnen ondersteuningsbehoeften door. Als leerkracht/ouder wil ik bereiken dat ……Zelf kan ik …..  Verder heb ik nodig ….

 

  • Kennis van …
  • Vaardigheden om …
  • Ondersteuning tijdens ….
  • Materialen waarmee ……
  • Collega’s, een IB-er of directie die ..
  • Een trajectbegeleider uit de pool die …
  • Coaching of begeleiding bij …
  • ‘Meer handen in de klas’ in de vorm van …
  • Ouders die …
  • Anders, namelijk ….

Wat hiervan is haalbaar?

Stap 7: Welk onderwijs en/of jeugdhulp arrangement is nodig om de dolen te behalen? 

De behoeften van kind, school en ouders verwoorden we in het Onderwijs- en/of Jeugdhulp-Arrangement (OJA): welke inzet vanuit de deskundigen-pool is nodig (qua discipline en aanbod)? Wat betekenen de voorgaande stappen (zoals doelen en wensen van betrokkenen) voor het benodigde OJA (rubriek K)? Bijvoorbeeld: begeleiding door een AB-er uit SBO of SO, inzet schoolmaatschappelijk werk, een verwijzing naar jeugdhulp of handelingsgerichte diagnostiek? Probeer dit zo concreet mogelijk te doen: wat is precies de zorg die geboden zal worden, qua deskundige en qua inschatting van de uren. In het groeidocument noteren we tevens de gemaakte afspraken in rubriek I. Wie doet wat, hoe, wanneer en waarom? Wanneer is het volgende MDO en wie zijn daarbij aanwezig? Het doel dat we beogen te bereiken en de maatregelen die we daarvoor gaan toepassen, bepalen wanneer we kunnen evalueren.

Stap 8. Verslag van het MDO

Het ingevulde groeidocument fungeert tevens als onderdeel van het verslag van deze bespreking (rubriek I). De notulist vat hierin de informatie bondig samen. Met name de afspraken zijn belangrijk: wie doet wat, waarom, hoe en wanneer? Het gaat erom dat één en ander te herleiden is en dat waardevolle informatie niet verloren gaat. Als er privacy gevoelige informatie over kind en/of gezin is besproken, dan is het van belang het verslag eerst aan ouders te laten lezen en hen om toestemming te vragen voor het verspreiden ervan naar andere MDO – leden.

Het ontwikkelingsperspectief kan als bijlage in het groeidocument worden opgenomen, zie hiervoor de downloads “OPP”.

Stap 9: Afronding met terugblik op de bespreking (evaluatie)

Tenslotte is er een afronding met een terugblik op de bespreking, de mondelinge evaluatie: zijn de doelen van de bespreking bereikt?; was het een prettige en zinvolle bespreking? Ga hiervoor terug naar stap 1: Wat waren de wensen en verwachtingen voor deze bespreking? Hebben we onze doelen bereikt? Zijn we tevreden? Check of de vragen duidelijk zijn beantwoord en de beslissingen zijn genomen. Kunnen leerkracht en ouders bij wijze van spreken morgen al aan de slag? Bespreek met elkaar hoe je deze MDO bespreking hebt ervaren. Hebben we ons aan onze afspraken gehouden? Wat was prettig en heeft goed gewerkt? Willen we het de volgende keer weer zo doen? En wat  willen we de volgende keer anders doen, waarom en hoe? Zo leer je van en met elkaar om een plezierig, geslaagd en effectief MDO te voeren.

Een paar weken na het laatste MDO ontvangen de IB-er, leerkracht(en) en ouders een digitale evaluatie. Deze wordtvia het loket wordt verzonden naar hun mailadressen. Trajectbegeleider, zorg er daarom voor dat de mailadressen in het groeidocument en journaal kloppen!

6. Aanvliegroute vanuit de Jeugdhulp, CJG of ZAT PO

Bij aanmelding voor het MDO vullen jeugdhulp, CJG of ZAT PO èn ouders èn school voor zover mogelijk en relevant het groeidocument beknopt in met trefwoorden. In ieder geval: het voorblad en Gegevens Leerling/School/Jeugdhulp en ouders aangevuld met vragen 1 t/m 7. Tevens de informatie A t/m H voor zover relevant. Als bijlage voegen zij andere relevante informatie, zoals verslagen van diagnostische onderzoeken en/of begeleidingsplannen uit school of jeugdhulp. Let wel: altijd met toestemming van ouders. Dit ter voorbereiding van het MDO. Tijdens het MDO wordt dit document doorgelopen en aangevuld.

De aanvliegroute vanuit de jeugdhulp, CJG of ZAT PO wordt gebruikt wanneer hulpverleners vanuit de jeugdhulp/CJG/ZAT PO een problematische schoolsituatie signaleren, de samenwerking school-ouders moeizaam verloopt, de opgestarte hulpverlening stagneert, een intensievere samenwerking vereist is en/of wanneer er zorgen zijn over de andere kinderen in het gezin en/of de gezins- of thuissituatie.

7. Ter afronding: gespreksleidraad voor de voorzitter (trajectbegeleider of IB-er)

1. Van tevoren is duidelijk:

  1. Wie bij het MDO aanwezig zijn
  2. Hoe lang de bespreking duurt
  3. Wie voorzit en wie notuleert
  4. Wat de doelen van het overleg zijn
  5. Check bij het maken van een afspraak voor het eerste MDO of de ouders de “Informatie voor ouders over het Multidisciplinair overleg (MDO)” al hebben. Zo niet, voeg het als bijlage bij de uitnodigings- of bevestigingsmail toe. Check ook of de leerkracht de “Informatie voor leerkrachten over het Multidisciplinair overleg (MDO) op school” al heeft. Zo niet, voeg het als bijlage bij de uitnodigings- of bevestigingsmail toe.
  6. Herinner bij het maken van een afspraak voor het eerste MDO de school eraan het kindformulier “Zo denk ik erover!”met het kind door te nemen en het voorafgaand aan het MDO aan de trajectbegeleider te verstrekken, indien dat nog is gebeurd bij de aanmelding bij het MDO – loket.

2. Start

  1. Positieve start, benoem dat het fijn is dat de betrokkenen er zijn!
  2. Check of ouders en leerkracht de “Informatie over het MDO” hebben begrepen en of ze er nog vragen over hebben.
  3. Bespreek de doelen en vragen voor het MDO (vragen 1 t/m 7 na). Zet deze eventueel op een blad midden op tafel een flap-over/whiteboard. Betrek ook de informatie uit het kindformulier bij de bespreking.
  4. Vat samen
  5. Herhaal tijdsduur bespreking en wat het opgeleverd moet hebben (om 16.00 uur hebben we ….)

3. Analyse

  1. Loop de rubrieken A t/m H door en vraag om reacties: verduidelijken, aanvullingen en recente concrete voorbeelden? Herkenbaar voor betrokkenen? Pas op voor herhaling, het gaat om aanvullingen, illustraties en verdieping!
  2. Leg verbanden tussen de rubrieken en bespreek de wisselwerking/afstemming tussen wat kind nodig heeft en wat onderwijs en opvoeding daar al dan niet van bieden. Visualiseer dit eventueel op een flap over, whiteboard of A3 blad op tafel.

4. Doelen bepalen n.a.v. de analyse.Welke stimulerende factoren zijn uit te bouwen en welke belemmerende factoren zijn te veranderen of compenseren:

  1. Kind
  2. Onderwijs
  3. Opvoeding

5. Kennis en ervaringen uitwisselen over de onderwijs/opvoedings-behoeften van het kind(wat heeft dit kind nodig om deze doelen te behalen?):

  1. Benadruk dat een ieder kennis en ervaringen heeft die in onderwijsbehoeften zijn om te zetten, zorg ervoor dat iedereen vanuit zijn eigen (ervarings)deskundigheid meedoet (vraag een persoon die weinig van zich laat horen gericht om zijn/haar suggesties).
  2. Loop hierbij de hulpzinnen na, hanteer deze als kader. Let wel: ze zijn lang niet allemaal van toepassing! Houd het overzichtelijk!

6. Bespreek vanuit de behoeften van het kind de ondersteuningsbehoeften:

  1. Van leerkracht en IB-er: wat hebben zij nodig om dit kind te kunnen bieden wat het nodig heeft? Benut hierbij de hulpzinnen ondersteuningsbehoeften.
  2. Van ouders: wat hebben zij nodig om dit kind te kunnen bieden wat het nodig heeft. Benut ook hierbij de hulpzinnen.
  3. Vul eventueel aan, vraag door en concretiseer (wat wil je precies? Hoe vaak, wanneer en hoe?). Houd het realistisch!

7. Formuleer het OA, JA of OJA(rubriek K): wat is wenselijk én haalbaar? Relateer het aan beschikbare begeleidingsmogelijkheden in de regio (zie deskundigen-pool). Denk aan:

  1. Ambulante begeleiding (onderzoek, observatie, gesprekken, coaching of begeleiding)
  2. Handelingsgerichte diagnostiek kind, onderwijsleer- en opvoedingssituatie door schoolpsycholoog/ orthopedagoog
  3. Dyslexieverklaring op basis van dossier
  4. Dyslexie- of dyscalculie onderzoek
  5. Begeleiding door schoolpsycholoog/orthopedagoog
  6. Onderzoek door jeugdhulp
  7. Begeleiding vanuit jeugdhulp
  8. Verwijzing naar SBO of SO
  9. Overig:

8. Concretiseer de afspraken: wie wat waarom wanneer en hoe?

9. Evalueer het  MDO:

  1. Zijn alle doelen behaald en vragen beantwoord?
  2. Was het een prettige en zinvolle bespreking?
  3. Wat was goed en wat kan een volgende keer beter? Vraag gericht naar feedback en concrete tips! Noteer deze, want er valt veel van te leren.
  4. Vertel dat er binnenkort een evaluatieformulier naar school en ouders wordt gemaild. Benadruk het belang van het invullen van deze evaluatie.

10. Verslag

  1. De notulist vult de informatie tijdens de bespreking in het groeidocument aan. Dit aangevulde document geldt dan als verslag van het MDO.
  2. Notulist: mail/geef het verslag in eerste instantie naar/aan ouders:
  • vraag hen om opmerkingen/aanvullingen/correcties en
  • hun toestemming om het daarna te verspreiden onder de deelnemers van het MDO en andere noodzakelijke betrokkenen (zoals bij een verwijzing).

Afronding Als de doelen uit het OJA zijn behaald, dan is het MDO – traject af te ronden. De laatste versie van het groeidocument en eventuele bijlagen (zoals verslagen van observatie, onderzoek, begeleiding en behandeling) worden bijgewerkt.

Voor procedures voorafgaand, tijdens en na een MDO-traject: zie de downloads  Routebeschrijving c.q. het stappenplan Groeidocument voor de Intern Begeleider (site Unita).

Aanvullende informatie wanneer overwogen wordt een aanvraag Toelaatbaarheidsverklaring (TLV) voor Speciaal (Basis) Onderwijs te doen:

  • In het MDO wordt nagegaan welke onderwijssetting het beste aan de onderwijsbehoeften van de leerling tegemoet kan komen. Argumenten voor en tegen (of voordelen en nadelen van) de verschillende opties zijn helder: op de huidige reguliere basisschool blijven (eventueel in een parallelgroep), overstappen naar een andere reguliere basisschool, verwijzen naar het Speciaal Basis Onderwijs of naar het Speciaal Onderwijs cluster 2, 3 of 4. Daarmee wordt inzichtelijk waarom een TLV wordt aangevraagd bij het SWV Unita.
  • Wanneer een verwijzing naar S(B)O wordt overwogen, dan is het sterk aan te raden dat de ouders zich alvast oriënteren op de scholen voor S(B)O in de regio: welke daarvan past het beste de onderwijsbehoeften van hun kind en bij hen als ouders? De trajectbegeleider kan ouders hierbij ondersteunen.
  • Indien gewenst kan door de trajectbegeleider (met toestemming van ouders) een functionaris van een school voor S(B)O uitgenodigd worden voor een éénmalige deelname aan het MDO waarin de verwijzing wordt besproken. Bij twijfel tussen SBO of SO kunnen deskundigen uit beide scholen uitgenodigd worden.
  • De overwegingen waarom een TLV wordt aangevraagd dienen in het verslag van het MDO te worden opgenomen, zodat ook de eerste en tweede deskundigen die adviseren ten aanzien van het al dan niet afgeven van een Toelaatbaarheidsverklaring deze onderbouwing kunnen meenemen in hun overwegingen.

Voor meer informatie, zie de downloads (op de site van Unita):

  • “Aanvraag toelaatbaarheidsverklaring voor het speciaal (basis) onderwijs: regulier als het kan, speciaal als het moet”.
  • “Toelaatbaar tot een school voor Speciaal (Basis) Onderwijs in SWV Unita”.